Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders
Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/21.3.3:21.3.3 Doorbraak van aansprakelijkheid
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/21.3.3
21.3.3 Doorbraak van aansprakelijkheid
Documentgegevens:
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS408027:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De betrokkenheid van de aandeelhouder bij de financiering van de vennootschap kan in alle onderzochte jurisdicties tevens leiden tot een directe of indirecte doorbraak van aansprakelijkheid. Met de term ‘doorbraak van aansprakelijkheid’ wordt tot uitdrukking gebracht dat de aandeelhouder, ondanks het (voor)recht van de beperkte aansprakelijkheid, tóch aansprakelijk is jegens de crediteuren van de vennootschap of jegens de vennootschap zelf, doordat de rechtspersoonlijkheid wordt weggedacht, of doordat het handelen of nalaten van de aandeelhouder kwalificeert als een onrechtmatige daad. De dogmatische grondslag en uitwerking van het doorbraak-leerstuk verschillen weliswaar per land, maar tóch bestaat er een aantal overeenkomsten tussen de landen. Ten eerste valt op dat het door de rechtspraak ontwikkelde doorbraak-leerstuk in alle juridiscties een sterk contextueel en casuïstisch karakter heeft. De Amerikaanse rechters bedienen zich vaak van metaforen en lange waslijsten van relevante omstandigheden voor een doorbraak, waardoor het zicht op de achterliggende afwegingen regelmatig wordt ontnomen.1 Het Duitse Bundesgerichtshof onderbouwt zijn oordelen weliswaar met heldere overwegingen en uitgebreide verwijzingen naar de wet, jurisprudentie en literatuur, maar heeft al een aantal keer een nieuwe invulling aan het doorbraak-leerstuk gegeven.2 Ook in Nederland is de (indirecte) doorbraak-rechtspraak zeer casuïstisch van aard.3 De overwegingen van de Hoge Raad zijn vaak toegespitst op de concrete omstandigheden van het voorliggende geval, zonder dat daarbij algemene regels worden geformuleerd.
Ondanks dit contextuele en casuïstische karakter van de doorbraak-rechtspraak, is het mogelijk om in algemene termen de contouren van het leerstuk te schetsen, en daarbij valt een aantal overeenkomsten tussen de verschillende landen op. Zo is in alle bestudeerde jurisdicties een doorbraak van aansprakelijkheid vooralsnog uitsluitend aangenomen in besloten vennootschappen met een beperkt aantal aandeelhouders. Daarnaast kunnen vermogensonttrekkingen op een moment dat voor de aandeelhouder voorzienbaar is dat de vennootschap daarna in continuïteitsproblemen zal geraken, in alle onderzochte landen aanleiding kunnen geven tot een doorbraak van aansprakelijkheid.
De gevolgen van een ‘doorbraak’ zijn echter niet in alle landen hetzelfde. Zo leiden ongeoorloofde onttrekkingen in de Amerikaanse veil piercing procedures doorgaans tot een directe aansprakelijkheid van de aandeelhouder jegens een specifieke crediteur. In Duitsland leiden existenzvernichtenden Eingriffs sinds de Trihotel-uitspraak niet langer tot een directe doorbraak, maar kwalificeren deze als een unerlaubte Handlung jegens de vennootschap, zodat de vordering tot schadevergoeding door de vennootschap – meestal de curator – moet worden ingesteld. In Nederland kunnen ongeoorloofde vermogensonttrekkingen een onrechtmatig daad opleveren jegens de gezamenlijke crediteuren. Hieruit vloeit voort dat zowel een individuele crediteur als de curator die ten behoeve van de gezamenlijke crediteuren optreedt, tegen de aandeelhouder kan ageren.