Einde inhoudsopgave
De integratie van fiscale gegevens in het rijksbrede toezicht (FM nr. 155) 2018/5.7.2.2
5.7.2.2 De toegang tot overheidsinstellingen
M. Snippe, datum 20-10-2018
- Datum
20-10-2018
- Auteur
M. Snippe
- JCDI
JCDI:ADS377643:1
- Vakgebied(en)
Privacy / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 1981/82, 17 522, nr. 2 (Nota fraudebestrijding in de directe belastingen en de omzetbelasting).
Kamerstukken II 1990/91, 21 287, nr. 5, p. 4 en 5.
Kamerstukken II 1986/87, 19 393, nr. 3, p. 7 en 8.
Kamerstukken II 1987/88, 19 393 en Stb. 1987, 536, p. 7 en 8.
Hof ’s-Hertogenbosch, 27 maart 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:1086.
Aanhangsel Handelingen II 2014/15, nr. 645, Brief van de staatssecretaris van Financiën, 21 november 2014, Antwoord op Kamervragen, 2014z19221.
In art. 55 AWR staat de uitvoering van de belastingwet centraal en niet ‘ten behoeve van de belastingheffing’. Een inhoudelijk verschil lijkt niet beoogt te zijn. In de memorie van Toelichting wordt benadrukt dat het ‘de belastingdienst vooral gaat om gegevens welke betrekking hebben op geldstromen en niet om achtergrondinformatie’, Kamerstukken II 1986/87, 19 393, nr. 3, p. 7 en 8.
Resolutie minister van Financiën van 3 juni 1982, nr. 582–10 335, V-N 1982, p. 1327.
Kamerstukken II 1987/88, 19 393, nr. 3, p. 4 en 5.
Kamerstukken II 1986/87, 19 393, nr. 3, p. 7 en 8.
In de AWR is expliciet opgenomen dat de inspecteur overheidsinstellingen kan vragen gegevens en inlichtingen te verstrekken.1 Met deze wettelijke bevoegdheid wil de minister duidelijkheid scheppen over de bevoegdheid van de inspecteur om dergelijke gegevens en inlichtingen kosteloos te verkrijgen.2 De regeling is tot stand gekomen na constatering dat deze gegevensuitwisseling niet optimaal functioneerde.3
De minister van Financiën erkent en aanvaardt dat deze verplichting de geheimhoudingsbepalingen van overheidsinstellingen doorbreekt.4 Ingeval van conflicten tussen beide taken, kan de minister van Financiën ontheffing verlenen tot nakoming van de verplichting (art. 55 lid 2 AWR).5 In de parlementaire behandeling wordt als voorbeeld benoemd de situatie waarin het verstrekken van gegevens aan de Belastingdienst nadelige gevolgen kan hebben voor de uitvoering van bepaalde onderdelen van overheidsbeleid.6 Dan kan de minister – op schriftelijk verzoek – een ontheffing geven voor het nakomen van de verplichtingen. Er van uitgaand dat de inspecteur bij het vragen om inlichtingen de belangen afweegt, en het verzoek derhalve noodzakelijk acht, kan dit klaarblijkelijk tot gevolg hebben dat de inspecteur zijn taak in dezen niet kan uitvoeren.
De Belastingdienst is bevoegd op centraal niveau (in plaats van de individuele ‘inspecteur’), overeenkomstig zijn bevoegdheid ex art. 55 AWR, tot het stellen van (niet-geïndividualiseerde) serievragen.7 De Belastingdienst kan in de lijn met deze bevoegdheid gegevens en inlichtingen opvragen bij overheidsdiensten, waaronder zelfs de politie.8 De grens voor het opvragen van gegevens en inlichtingen ligt in de noodzaak van die informatie voor het uitoefenen van de wettelijke taak van de Belastingdienst.9 Het betreft een bijzondere bevoegdheid voor specifieke doeleinden, namelijk exclusief voor het uitvoeren van de belastingwet. En dat is breder dan alleen de belastingheffing.10
Ook op latere momenten heeft het kabinet het belang bevestigd van de mogelijkheid dat de inspecteur gegevens en inlichtingen kan opvragen bij andere overheidsdiensten. Het kabinet onderschrijft expliciet de gedachte dat overheidsdiensten elkaar moeten bijstaan bij de uitoefening van hun publieke taken.11 Het aanvankelijke vertrouwen dat rijksdienst en instellingen met de Belastingdienst zouden samenwerken, en de nodige inlichtingen aan de fiscus zouden verstrekken, is in het verleden niet altijd uitgekomen.12 Die medewerking was geen vanzelfsprekendheid en de staatssecretaris meldde daarover dat overheidsinstelling ‘(…) ter zake gevraagde medewerking op onderscheiden gronden geweigerd hebben.’13 Een ongewenste situatie die de uitvoering van de Belastingdienst hinderde. De aanvankelijk niet-wettelijk verankerde gegevensverstrekking bleek onvoldoende effectief te functioneren. De minister deelt die mening van de noodzaak tot medewerking.14 Dat heeft geleid tot aanpassing van de verplichting voor (semi) overheidsinstanties.15 Die zal volgens de minister in het algemeen beperkt blijven tot het verstrekken van gegevens met betrekking tot geldstromen en niet zien op het verstrekken van achtergrondinformatie.16
Voor het nalevingstoezicht is geen bijzondere bepaling opgenomen voor de medewerking van derden. Een wettelijke bevoegdheid conform artikel 55 AWR – tot het verplicht verstrekken van gegevens – is er niet. Een bestuursorgaan zal overigens niet gauw tot de kring van directe betrokkenen behoren. Bovendien hebben bestuursorganen een wettelijke geheimhoudingsverplichting en kunnen zich daarop (moeten) beroepen. Rekening houdend met het verschoningsrecht (art. 5:20 Awb) hebben zij geen verplichting tot medewerking.