Einde inhoudsopgave
Achtergestelde vorderingen (O&R nr. 114) 2019/6.5.5.2
6.5.5.2 Overgang van de seniorvordering
mr. drs. N.B. Pannevis, datum 01-04-2019
- Datum
01-04-2019
- Auteur
mr. drs. N.B. Pannevis
- JCDI
JCDI:ADS186656:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Algemeen
Ondernemingsrecht / Algemeen
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Voetnoten
Voetnoten
Zie par. 6.5.2.2.
Zo ook par. 5.5.5.2 over eigenlijke achterstellingen.
Vgl. Hof ’s-Hertogenbosch 28 juli 2015, NJF 2015/123 (CBO Financieel Adviescentrum).
Zie par. 6.5.2.2 en 6.5.2.3. Anders: Hof ’s-Hertogenbosch 28 juli 2015, NJF 2015/123 (CBO Financieel Adviescentrum), r.o. 11.13.
Vgl. Rongen 2012, p. 1271 e.v., Biemans 2011, nr. 745 e.v. en Asser/Sieburgh 6-III 2018/ 543.
Zie art. 6:251 BW en Spinath 2005, p. 19.
HR 20 april 2012, NJ 2012/292 (Van der Vliet/Van den Berg) en Asser/Sieburgh 6-III 2018/ 544.
Zie art. 6:251 BW. Partijen kunnen wel bewust voorkomen dat het kwalitatieve rechten zijn. Zie art. 6:250 BW.
353. Bij overgang van de seniorvordering moet worden onderscheiden tussen de gevolgen van die overgang voor de tijdsbepaling of voorwaarde die is verbonden aan de juniorvordering en de gevolgen van die overgang voor eventuele verbintenissen tussen de junior en de senior.
354. De tijdsbepaling of voorwaarde verbonden aan de juniorvordering is een eigenschap van die vordering. Iedere andere schuldeiser kan die eigenschappen constateren en zich beroepen op de gevolgen daarvan.1 Na overgang van de seniorvordering kan dus ook de nieuwe senior dat.2
Als de voorwaarde of tijdsbepaling inhoudt dat de juniorvordering pas kan worden nagekomen na toestemming van de senior, kan de vraag opspelen of na overgang van de seniorvordering de toestemming van de oude of de nieuwe seniorschuldeiser is vereist.3 Deze vraag moet worden beantwoord door uitleg van de overeenkomst waarmee de voorwaarde of tijdsbepaling aan de juniorvordering is verbonden.4 Wie de toestemming moet geven is immers onderdeel van die voorwaarde of tijdsbepaling die partijen overeen zijn gekomen.
Het is aannemelijk dat die uitleg luidt dat de toestemming moet worden gegeven door de rechthebbende op de seniorvordering op het moment dat de toestemming wordt gevraagd. Die heeft immers belang bij het toestemmingsvereiste. De hiervoor afgewezen kwalificatie waarin de senior aan het toestemmingsvereiste een nevenrecht bij de seniorvordering ontleent, zodat dat nevenrecht met de seniorvordering mee overgaat, leidt tot hetzelfde resultaat.5
355. Naast de beperking van de juniorvordering door een opschortende tijdsbepaling of voorwaarde schept de achterstellingsovereenkomst in veel gevallen ook verbintenissen tussen de junior en de senior. De vorderingsrechten van de senior uit hoofde van die verbintenissen gaan bij overgang van de seniorvordering doorgaans mee over. Dat kan op verschillende manieren gebeuren. Ten eerste kunnen die rechten bij de overdracht van de seniorvordering uitdrukkelijk mee worden overgedragen. Ten tweede zijn de rechten die de senior ontleent aan zijn verbintenissen met de junior nevenrechten bij de seniorvordering.6 Daarom gaan ze mee over bij overgang van de seniorvordering.7 Ten derde zijn die rechten kwalitatieve rechten bij de seniorvordering, zodat die met de seniorvordering mee over gaan.8 Daarvoor is niet vereist dat de junior en de senior expliciet zijn overeengekomen dat die rechten kwalitatieve rechten zijn.9 De verbintenissen tussen de junior en de senior scheppen kwalitatieve rechten omdat de senior daarbij alleen belang heeft zolang hij de rechthebbende is van de seniorvordering.10