Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen
Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/11.9:11.9 Biedplicht en beschermingsemissie
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/11.9
11.9 Biedplicht en beschermingsemissie
Documentgegevens:
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS349484:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Indien een persoon gehouden is om op grond van art. 5:70 Wft een openbaar bod uit te brengen op alle aandelen en op alle met medewerking van de vennootschap uitgegeven certificaten van aandelen, dan kan de vraag gesteld worden of de stichting continuïteit de optie kan uitoefenen. Ik meen dat er geen absoluut verbod bestaat.1 Zou dat wel zo zijn, dan zou de vijandige bieder die de vennootschap vrijwillig zou willen overnemen op de beurs aandelen kunnen verwerven totdat hij overwegende zeggenschap verkrijgt, om vervolgens een openbaar bod te moeten doen waartegen de vennootschap zich dan niet zou kunnen beschermen. Als de uitgifte op grond van de RNA-norm gerechtvaardigd is, dan zou de vennootschap dus beschermingsprefs kunnen uitgeven ter bescherming tegen een vijandig verplicht openbaar bod. Wel zal het zo zijn dat de RNA-norm in een verplicht bod situatie anders zal moeten worden ingekleurd.2 Een beschermingsemissie zal niet zo snel in het belang van louter de (minderheids)aandeelhouders plaatsvinden.
In de vorige alinea beschreef ik de situatie waarin beschermingsprefs worden uitgegeven nadat een partij overwegende zeggenschap verkrijgt en dientengevolge een openbaar bod moet uitbrengen. Zouden de beschermingsprefs worden uitgegeven vóórdat een partij overwegende zeggenschap verkrijgt, dan verwatert het belang van die partij waardoor deze afdrijft van de 30%-grens en dus ook van de biedplicht. De beschermingsprefs moeten voor de toepasselijkheid van de biedplicht in acht genomen worden.3 Breidt de partij zijn belang aan aandelen uit en verkrijgt hij overwegende zeggenschap, dan zal hij een openbaar bod moeten doen op alle aandelen en dus ook op de beschermingsprefs. Dat zal hij niet snel doen, omdat de verwachting is dat de stichting niet op het bod van de vijandige bieder in zal gaan. Verkrijgt de onwelgevallige partij geen overwegende zeggenschap en worden de beschermingsprefs vervolgens na enige tijd ingetrokken, dan kan dat een biedplicht triggeren voor die partij. Het gegeven dat de beschermingsemissie van invloed is op de biedplicht, kan een overweging zijn om geen beschermingsprefs uit te geven. Door de bescherming in de vorm van de uitgifte van beschermingsprefs, wordt een andere bescherming in de vorm van de biedplicht aangetast.4