De acting in concert-regeling inzake het verplicht bod op effecten
Einde inhoudsopgave
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/7.3.3.1:7.3.3.1 Inleiding
Acting in concert-regeling inzake verplicht bod op effecten (VDHI nr. 136) 2016/7.3.3.1
7.3.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. J.H.L. Beckers, datum 01-01-2016
- Datum
01-01-2016
- Auteur
mr. J.H.L. Beckers
- JCDI
JCDI:ADS366325:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Bank- en effectenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor kwam aan de orde dat in het kader van de biedplicht een formeel controlecriterium geldt nu de definitie van overwegende zeggenschap in art. 1:1 Wft wordt aangesloten bij een percentage van de stemrechten (§ 7.3.2). In de definitie van onderling overleg van art. 1:1 Wft wordt verwezen naar datzelfde begrip overwegende zeggenschap. Gelet daarop zou moeten worden aangenomen dat het formele controlecriterium ook geldt in het kader van acting in concert. Dat zou echter betekenen dat elke samenwerking door aandeelhouders die ten minste 30% van de stemmen kunnen uitoefenen ongeacht hun intenties tot een biedplicht leidt. Immers, een biedplicht ontstaat als samenwerkende partijen ten minste 30% van de stemrechten kunnen uitoefenen en zij samenwerken ten einde 30% van de stemrechten uit te kunnen oefenen. Deze interpretatie is, zoals hieronder uitgebreid zal worden geanalyseerd, ongewenst en onjuist.