Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/4.5.3
4.5.3 Openbaarmakingsverplichtingen
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS351936:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Uit het Rapport Bootsma/Gruntfest/Hijink/in ’t Veld 2015 blijkt dat in het boekjaar 2014 91% van het totaal onderzochte beurs-nv’s best practice bepaling IV.3.11 NCGC (de voorloper van best practice bepaling 4.2.6 NCGC 2016) naleefde. Voor de resterende beurs-nv’s die de bepaling niet (volledig) naleefden zou de oorzaak daarvan met name zijn gelegen in de veronderstelling dat de toepasselijkheid van het structuurregime niet als beschermingsmaatregel in de zin van de best practice bepaling wordt ervaren of vanwege de omstandigheid dat de desbetreffende beurs-nv onbeschermd is en om die reden van mening is dat daarover geen mededeling in het jaarverslag behoeft te worden gedaan. Voor dat eerste (structuurregime geen beschermingsmaatregel) valt wel iets te zeggen; zie hierover paragraaf 2.2.3 onder a.
Zie over het begrip voorwetenschap par. 9.3.6 onder a.
Art. 17 MAR.
Van de mogelijkheid tot bescherming van de vennootschap door middel van de uitgifte van beschermingsprefs moet op grond van het Besluit Art. 10 Overnamerichtlijn in het bestuursverslag mededeling worden gedaan. Alhoewel vermelding van de mogelijkheid tot uitgifte van beschermingsprefs als middel om een vijandige overname te vertragen of tegen te gaan niet met zoveel woorden blijkt uit het Besluit Art. 10 Overnamerichtlijn, meen ik dat de ratio van dat besluit vermelding met zich brengt. Bovendien kan de beschermingsmaatregel onder onderdeel a van dat besluit geschaard worden. Dat onderdeel vereist dat de kapitaalstructuur van de vennootschap, het bestaan van verschillende soorten aandelen en de daaraan verbonden rechten en plichten en het percentage van het geplaatste kapitaal dat door elke soort wordt vertegenwoordigd, moet worden vermeld in het bestuursverslag. Ook uit art. 2:392 lid 1 sub e en lid 3 BW volgt dat de vennootschap de gegevens omtrent beschermingsprefs moet toevoegen aan de jaarrekening en het bestuursverslag.
Daarnaast volgt uit best practice bepaling 4.2.6 NCGC 2016 dat het vennootschapsbestuur in het bestuursverslag een overzicht geeft van alle uitstaande of potentieel inzetbare beschermingsmaatregelen tegen een overname van zeggenschap over de vennootschap en behoort het daarbij aan te geven onder welke omstandigheden en door wie deze beschermingsmaatregelen naar verwachting kunnen worden ingezet. Mijn waarneming is dat vennootschappen over het algemeen ruim aandacht besteden aan de mogelijkheid tot uitgifte van beschermingsprefs in het bestuursverslag.1
Ik wijs ten slotte nog op art. 2:96 lid 3 BW op grond waarvan de vennootschap de volledige tekst van het aanwijzingsbesluit of uitgiftebesluit van de algemene vergadering moet neerleggen bij het handelsregister.
Bekendheid met de uitgifte van de beschermingsprefs – al dan niet krachtens uitoefening van de optie door de stichting – zal als voorwetenschap worden aangemerkt.2 Dat betekent dat de vennootschap de uitgifte onverwijld openbaar moet maken door middel van een persbericht en door plaatsing daarvan op haar website.3