Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/3.4.3.3
3.4.3.3 Overdracht net door vermoedelijke eigenaar?
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS619767:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2009/10, 31 974, nr. 3, p. 5 (sub 1).
Kamerstukken II 2008/09, 31 974, nr. 4, p. 2, resp. nr. 5, p. 3.
Kamerstukken II 2009/10, 31 974, nr. 7.
Uit artikel 3:83, eerste lid BW volgt dat eigendom, beperkte rechten en vorderingsrechten overdraagbaar zijn, tenzij de wet of de aard van het recht zich tegen een overdracht verzet.
Kamerstukken II, 2009/10, 31 974, nr. 6, p. 8.
De derde dient de publicatie(s) in dit geval direct op te merken in het dagblad of in de Staatscourant, dan wel kort na publicatiedatum te lezen, anders blijft voor het instellen van een vordering nog veel minder tijd over.
Kamerstukken II 2008/09, 31 974, nr. 3, p. 5 (sub 2).
In het oorspronkelijke derde lid van het nieuwe artikel 155a werd geregeld dat degene die gedurende de termijn van één jaar door inschrijving van een rechtshandeling onder bijzondere titel in de openbare registers een zakelijk recht op het net verkrijgt, géén rechten van derden kunnen worden tegengeworpen. Uitzondering hierop is de situatie dat de derde vóór de inschrijving van die rechtshandeling en binnen de vervaltermijn van één jaar een dagvaarding heeft ingeschreven of de verkrijger het recht van de derde kende. Dit lid is toegevoegd omdat in de praktijk zou blijken dat vaak de termijn van één jaar niet kan worden afgewacht voordat tot overdracht of bezwaring van het net wordt overgegaan, aldus de toelichting.1 Dit lid frustreerde echter het recht dat in het tweede lid aan de derde wordt gegeven, althans het kon de termijn van één jaar waarbinnen de derde een dagvaarding in de openbare registers kan inschrijven aanzienlijk verkorten. Stel dat de laatste publicatie van de twee publicaties op 1 april plaatsvindt en vervolgens de inschrijving van de rechtshandeling onder bijzondere titel (bijvoorbeeld de overdracht van het net aan de rechtsopvolger van de vermoedelijke eigenaar) op 1 mei, dan heeft een derde die een beter recht wil claimen feitelijk maar één maand de tijd gehad om een dagvaarding in te schrijven in plaats van het jaar dat in de overgangsregeling was gegeven. Zowel door de Raad van State als in het verslag van de vaste commissie van Justitie2 is aandacht gevraagd voor de positie van derden die na publicatie van de inschrijving van de eigendom door de (voorlopige) eigenaar, geconfronteerd kunnen worden met een verkorting van de vervaltermijn. Dientengevolge heeft de wetgever door middel van een nota van wijziging3 het derde lid vervangen door drie nieuwe leden. Na inschrijving door de (voorlopige) eigenaar, mag het net gedurende drie maanden na de (laatste) publicatie van de inschrijving niet overgedragen of bezwaard worden.4 Een derde die een recht meent te kunnen claimen ten opzichte van het net kan in die drie maanden wél zijn dagvaarding laten inschrijven. Wanneer na het verstrijken van de drie maanden een partij een zakelijk recht (door overdracht of bezwaring) verkrijgt dan kunnen geen rechten van derden (meer) worden tegengeworpen (tenzij deze derde zijn claim door middel van een dagvaarding al had ingeschreven). Volgens de wetgever sluit deze wijziging aan bij het advies van de Raad van State:5
`De wijziging leidt tot een meer evenwichtige afweging van de belangen van de verkrijger en van eventuele derden. De derden krijgen een redelijke termijn tussen de inschrijving van het net en de overdracht of bezwaring daarvan om voor hun rechten op te komen. Met het belang van de verkrijger wordt rekening gehouden, doordat, indien de redelijke termijn is verstreken en geen derden tot inschrijving van een dagvaarding of exploot zijn overgegaan, hij zeker van zijn zaak kan zijn.'
Kortom, de nieuwe overgangsrechtelijke bepaling maakt het mogelijk dat degene die zich op 1 februari 2007 gedroeg als eigenaar, het net kan inschrijven in de openbare registers en dat net als eigenaar kan overdragen of bezwaren. Hoewel deze overgangs-rechtelijke bepaling is ingevoerd om de inschrijving van de aanleg van een net te `vergemakkelijken', is het de vraag of het voor de notaris ook gemakkelijker wordt te beoordelen of een partij zich als 'eigenaar' heeft gedragen. De nieuwe overgangs-rechtelijke bepaling heeft tot gevolg dat de eis van 'bevoegde aanleg' alleen nog gesteld wordt ten aanzien van netten die na 1 februari 2007 zijn of worden aangelegd. Voor netten van voor die datum is deze eis niet meer geldend, althans niet noodzakelijk, omdat daarvoor de eis 'zich gedragen als eigenaar' in de plaats is gekomen. In de overgangsbepaling is een regeling opgenomen die derden in staat stelt hun eventuele betere rechten ten opzichte van het net veilig te stellen. De wetgever heeft, zoals blijkt uit de regeling, de positie van de vermoedelijke eigenaar echter voorop gesteld. Dit blijkt uit het feit dat, ondanks dat derden in beginsel één jaar de tijd krijgen om na publicatie een dagvaarding te doen inschrijven ten aanzien van een gepretendeerd recht op het net, deze termijn aanzienlijk wordt ingekort ten gunste van de vermoedelijke eigenaar. Drie maanden na eerste inschrijving kan het net overdragen of bezwaard worden. De derde die nog niet in staat was om een dagvaarding in te stellen6 kan dan alleen nog een schadevergoeding vorderen7