Onwaardigheid
Einde inhoudsopgave
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.14:5.14 Conclusie
Onwaardigheid (AN nr. 182) 2023/5.14
5.14 Conclusie
Documentgegevens:
mr. M. de Vries, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. M. de Vries
- JCDI
JCDI:ADS859079:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Belgische versterferfrecht kent een regeling van onwaardigheid. Voor het testamentaire erfrecht geldt een ander regime, te weten de herroeping van legaten wegens ondankbaarheid. Artikel 4.6 BBW bevat drie onwaardigheidsgronden. De eerste grond betreft een automatische onwaardigheid bij feiten die de dood tot gevolg hebben en waarbij door de strafrechter een schuldigbevinding is uitgesproken. De tweede grond, die eveneens automatisch tot onwaardigheid leidt, ziet op dezelfde strafbare feiten als de eerste grond, maar spitst zich toe op de situatie dat een strafrechtelijke schuldigbevinding niet kan volgen, omdat de dader is overleden. Het is dan aan de civiele rechter de schuld vast te stellen op vordering van de procureur des Konings. De derde onwaardigheidsgrond bevat een aantal specifiek genoemde strafbare feiten die niet de dood van de erflater tot gevolg hebben. Onwaardigheid volgt bij deze strafbare feiten niet van rechtswege. De strafrechter kan de onwaardigheid als bijkomende civiele sanctie opleggen. Bij alle drie de gronden geldt dat een strafuitsluitingsgrond tot gevolg heeft dat onwaardigheid niet in beeld komt.
De onwaardige is van de nalatenschap uitgesloten. Dat betekent dat hij iedere versterfaanspraak en dus ook zijn reserve verliest. Daarnaast wordt de onwaardige onrechtstreekse aanspraken ontzegd, zoals het ouderlijk vruchtgenot. Verder kent het Belgische recht de zogeheten ‘afgeleide onwaardigheid’. Deze regeling houdt in dat de onwaardige naast de aanspraken in de nalatenschap van het slachtoffer ook alle toekomstige erfrechtelijke aanspraken op de goederen verliest die anderen uit de nalatenschap van het slachtoffer hebben gekregen. De wet beperkt deze afgeleide onwaardigheid tot de situatie dat het kind van de onwaardige kinderloos overlijdt waardoor de onwaardige op grond van de wet tot zijn nalatenschap wordt geroepen. In de literatuur is dit te beperkt geoordeeld. De afgeleide onwaardigheid zou moeten gelden in elke nalatenschap. Derden te goeder trouw verdienen bescherming. De Belgische wet bevat hiertoe een bepaling die grotendeels overeenkomt met het Nederlandse artikel 4:3 lid 2 BW.
De gronden van herroeping wegens ondankbaarheid zijn ruimer en minder afgebakend geformuleerd dan bij onwaardigheid. De reden hiervoor is dat van de legataris meer dankbaarheid mag worden verwacht. Een aanslag op het leven van de erflater, mishandelingen, misdrijven, grove beledigingen alsmede grove belediging van de nagedachtenis van de erflater, zijn redenen tot herroeping van een legaat wegens ondankbaarheid.
De Belgische wet bevat geen bepalingen over de gevolgen van de herroeping van een legaat wegens ondankbaarheid. Een analogische toepassing van de regeling van de herroeping van schenkingen wordt bepleit. De herroeping van legaten wijkt op onderdelen af. Zo is het mogelijk dat het legaat nog niet is uitgekeerd. De legataris is dan – in tegenstelling tot de begiftigde bij een schenking – nimmer in het bezit geweest van de goederen.
Bij zowel onwaardigheid als de herroeping van legaten wegens ondankbaarheid speelt vergeving een rol. Het gaat daarbij om vergeving nadat de misdraging heeft plaatsgevonden. Op beide terreinen geldt dat vergeving bij voorbaat is uitgesloten.
Vergeving is niet bij alle onwaardigheidsgronden mogelijk. Enkel bij de derde grond staat deze mogelijkheid open. Gedeeltelijke vergeving wordt door sommige auteurs mogelijk geacht evenals het intrekken van de vergeving. De vergeving is bij onwaardigheid aan vormvereisten gebonden en moet plaatsvinden in een van de testamentsvormen. Een legaat kan niet worden herroepen als de erflater vergiffenis heeft geschonken. Hierbij geldt dat in het testamentaire erfrecht vergeving vormvrij en bij alle herroepingsgronden mogelijk is. Een enkel stilzitten is niet voldoende. De legataris moet aantonen dat de erflater het legaat in stand wilde houden, ondanks de misdraging.