Einde inhoudsopgave
Verzekering verzekerd? (R&P nr. FR13) 2015/1.6
1.6 Begrip ‘verzekeraar’
mr. N. Lavrijssen, datum 15-01-2015
- Datum
15-01-2015
- Auteur
mr. N. Lavrijssen
- JCDI
JCDI:ADS618594:1
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
Verzekeringsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Deze categorie omvat tevens de zorgverzekeringen.
Onder het begrip ‘herverzekeraar’ vallen alleen herverzekeraars die zijn gespecialiseerd in herverzekering. Verzekeraars die – naast het bedrijf van herverzekeraar – ook nog directe verzekeringsactiviteiten ontplooien, vallen niet onder de definitie. Stegeman & Graaf 2012, p. 47.
Overigens betekent het buiten beschouwing laten van herverzekeraars niet dat de herverzekering als zodanig niet terugkomt in dit proefschrift. Zoals in paragraaf 2.2.4 zal blijken, is de mate waarin schade- en levensverzekeraars aan herverzekering doen van belang voor het vaststellen van de aan te houden solvabiliteitsmarge. Bovendien zal uit paragraaf 6.4.1 blijken dat herverzekering een instrument is dat kan worden ingezet in het kader van de opvangregeling.
Zie hierover nader hoofdstuk 4.
Op basis van de definitie van het begrip ‘verzekeraar’ in art. 1:1 Wft kunnen vier typen verzekeraars worden onderscheiden: de herverzekeraar, de levensverzekeraar, de natura-uitvaartverzekeraar en de schadeverzekeraar. Voor de levensverzekeraar en schadeverzekeraar gaat het om degene die zijn bedrijf maakt van het sluiten van levensverzekeringen respectievelijk schadeverzekeringen1 voor eigen rekening en het afwikkelen van deze verzekeringen. Bij de natura-uitvaartverzekeraar gaat het om een verzekeraar die zich verbindt tot het verzorgen van de uitvaart van een natuurlijk persoon, niet zijnde een levensverzekeraar. De herverzekeraar2 verzekert verzekeraars.
Dit onderzoek richt zich op schade- en levensverzekeraars. De naturauitvaartverzekeraars worden buiten beschouwing gelaten, omdat het praktisch belang van dit soort verzekeringen minder groot is dan schade- en levensverzekeringen; de kans dat nabestaanden van een verzekerde in de financiële problemen komen als gevolg van het faillissement van een natura-uitvaartverzekeraar is aanzienlijk kleiner dan wanneer het een schade- of levensverzekeraar betreft. De herverzekeraar wordt buiten beschouwing gelaten omdat het bij herverzekering3 gaat het om een overeenkomst tussen twee professionele partijen, die beide deskundig zijn op het terrein van verzekeringen. Bij een gewone verzekering daarentegen is het voor de verzekerde lastig in te schatten of de verzekeraar in kwestie financieel gezond is en een goede bedrijfsvoering voert. Juist vanwege het gebrek aan verzekeringskennis bij verzekerden wordt deze groep beschermd door het wettelijk systeem.
Vormt een schade- of levensverzekeraar onderdeel van een bank-verzekeraar, dan zal dit onderzoek uitsluitend betrekking hebben op de verzekeringsonderneming (zoals REAAL NV in het geval van SNS REAAL), en niet op de houdstermaatschappij van de bank-verzekeraar (zoals SNS REAAL NV). Wanneer bijvoorbeeld wordt gekeken naar de onteigening als saneringsregeling,4 zal de verzekeringsonderneming van de bank-verzekeraar tot uitgangspunt worden genomen.
Het onderzoek heeft geen betrekking op de pensioenfondsen en daarmee ook niet op de pensioenen. Het ter uitvoering van een pensioenovereenkomst sluiten of afwikkelen van levens- of schadeverzekeringen door een pensioenfonds wordt op grond van art. 1:8 Wft niet aangemerkt als het uitoefenen van het bedrijf van een levens- of schadeverzekeraar. De activiteiten die pensioenfondsen ontplooien worden in dit artikel nadrukkelijk onderscheiden van de activiteiten van schade- en levensverzekeraars. Het bedrijf van een levens- of schadeverzekeraar omvat daarom uitsluitend verzekeringen in de zuivere zin van het woord.