Einde inhoudsopgave
Rechtsbescherming van ondernemers in aanbestedingsprocedures (R&P nr. VG7) 2013/4.4.3.4.2
4.4.3.4.2 De personele werkingssfeer
mr. A.J. van Heeswijck, datum 28-11-2013
- Datum
28-11-2013
- Auteur
mr. A.J. van Heeswijck
- JCDI
JCDI:ADS580852:1
- Vakgebied(en)
Bestuursprocesrecht / Algemeen
Aanbestedingsrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
ABRvS 3 oktober 1996, AB 1996, 474. Zie ook Daalder 2011, p. 118.
Daalder 2011, p. 117.
Daalder 2011, p. 119 en p. 130. Zie over het onderscheid tussen a- en b-bestuursorganen hoofdstuk 3, § 4.3.
HR 4 april 2003, NJ 2004, 35 (RZG/Comformed), r.o. 3.4.2. Zie tevens hoofdstuk 3, § 4.3.
Daalder 2011, p. 124.
Voorts valt te denken aan reinigingsdiensten van gemeenten en gemeentelijke bedrijven; Daalder 2011, p. 124.
De Haan e.a./Schlössels & Zijlstra 2010, p. 478. Zie ook Daalder 2011, p. 129.
De Wob is van toepassing op de in artikel 1a Wob genoemde bestuursorganen. De ABRvS zoekt voor het begrip ‘bestuursorgaan’ aansluiting bij artikel 1:1 Awb.1 Nagenoeg alle bestuursorganen vallen onder de toepassingssfeer van de Wob.2 Op a-bestuursorganen is de Wob onverkort van toepassing, tenzij een bijzondere regeling anders bepaalt. Een verzoek aan een a-bestuursorgaan kan dus betrekking hebben op een aanbesteding. Op b-bestuursorganen is de Wob slechts van toepassing, voor zover sprake is van de uitoefening van een publiekrechtelijke bevoegdheid.3 Het houden van een aanbesteding is geen uitoefening van een publiekrechtelijke bevoegdheid. 4 Een verzoek om informatie met betrekking tot een aanbesteding kan in beginsel dus niet aan een b-bestuursorgaan worden gericht.
Artikel 3 lid 1 Wob bepaalt dat een verzoek om informatie kan worden gericht tot een bestuursorgaan of een “onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan werkzame instelling, dienst of bedrijf”. Deze bepaling heeft naast een procedurele tevens een inhoudelijke component. Het breidt namelijk de werkingssfeer van de Wob uit tot documenten die berusten onder bepaalde entiteiten die zelf geen bestuursorgaan zijn.5 Langs deze weg kunnen bepaalde aanbestedende diensten die in beginsel van de werkingssfeer van de Wob zijn uitgesloten, bijvoorbeeld doordat zij b-bestuursorganen zijn, mogelijk toch onder de werkingssfeer van de Wob vallen.6 Van ‘werkzaam zijn onder verantwoordelijkheid’ is sprake in geval van overwegende overheidsinvloed. Dit criterium doet denken aan het derde criterium voor de kwalificatie van een entiteit als ‘publiekrechtelijke instelling’,7 maar wijkt daarvan niettemin af. De Wob legt de nadruk op het ambtelijk-hiërarchische karakter van de ondergeschiktheid,8 terwijl de Aanbestedingsrichtlijnen van een meer feitelijk criterium lijken uit te gaan, zonder betekenis toe te kennen aan de aard van het benoemingsrecht.