Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/4.3.2.3
4.3.2.3 Het doel in België
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232398:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Sinds de invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen in 2019 wordt wat in Nederland ‘doel’ heet, in België aangeduid als ‘voorwerp’. Het oogmerk waarmee de rechtspersoon is opgericht, met name winstuitkering aan zijn leden dan wel een ideëel oogmerk, wordt steeds aangeduid met de term ‘doel’ of ‘doeleinden’. In navolging van het Nederlands gebruik, hanteer ik ook voor België de term ‘doel’ voor wat dus in België ‘oorzaak’ wordt genoemd. De wijziging heeft gevolgen voor de praktijk. De nieuwe benadering leidt tot een vervaging van enerzijds het winstoogmerk en anderzijds het belangeloos doel als onderscheidend criterium tussen vennootschappen respectievelijk verenigingen en stichtingen. Zo kan een vennootschap, naast een klassiek winstdoel, een belangeloos doel hebben waartoe zij een deel van haar winsten bestemt. Zie Parl. St. Kamer, Doc 54 3119/001 (Memorie van Toelichting), p. 9 en 16.
Van Gerven 2007, nr. 29. Ook dit is een voorbeeld van de angst voor de dode hand in België. ‘Zo is de beperking op ondernemingsactiviteiten in België zonder meer nog een restant van de napoleontische vrees voor en dus beperking op activiteiten voor religieuze congregaties’, M.E.R. Denef & T.J. van der Ploeg, ‘Nieuw verenigingen- en stichtingenrecht in België, een vergelijking met Nederland en een uitdaging in twee richtingen’, Tijdschrift voor Ondernemingsbestuur 2006/1.
Familiaal Vermogensrecht 2010, nr. 1077.
Caroline Cauffman, De verbindende eenzijdige belofte, Antwerpen-Oxford: Intersentia 2005, nr. 1084. Dit kan wellicht anders worden onder het nieuwe Belgische Burgerlijk Wetboek (Wet van 13 april 2019 tot invoering van een Burgerlijk Wetboek en tot invoeging van boek 8 ‘Bewijs’ in dat Wetboek, welke wet in werking zal treden op 1 november 2020, B.S. 15 mei 2019). Zodra dit nieuwe wetboek van kracht is, kan nietigheid ook bij buitengerechtelijke verklaring worden ingeroepen hoewel het uitgangspunt blijft dat nietigheid door de rechter wordt uitgesproken (artikel 5.62 BNBW). Zie ook de memorie van toelichting, Parl. St. Kamer, DOC 54 3709/001, p. 62-65. De Belgische rechter is streng ten aanzien van de wettelijke specialiteit, zie H. De Wulf, in zijn bespreking van de uitspraak van de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel Hasselt, 10 december 2004, RDC-TBH 2005, 690.
Voorheen geregeld in artikel 27 § 1 V&S-wet. Vgl. Pia Lavrysen, ‘De private stichting: een volwaardig alternatief voor de Nederlandse stichting-administratiekantoor?’, RDC-TBH 2002, p. 667-697.
Hans De Wulf, ‘De private stichting als instrument van familiaal vermogensbeheer’, in: Familiale vermogensplanning. XXXste Post Universitaire Cyclus Willy Delva 2003-2004, Mechelen: Kluwer 2004, p. 582.
Hans De Wulf, Het onderscheid vennootschap – vereniging na de invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, Working Paper Series (WP 2019-03), Financial Law Institute, Ghent University, 2019, p. 5, https://www.law.ugent.be/fli/wps/pdf/WP2019-03.pdf.
Hans De Wulf, ‘De private stichting als instrument van familiaal vermogensbeheer’, in: Familiale vermogensplanning. XXXste Post Universitaire Cyclus Willy Delva 2003-2004, Mechelen: Kluwer 2004, p. 582; Van Boven 2011, nr. 65.
Lubbers 1978.
Pia Lavrysen, ‘De private stichting: een volwaardig alternatief voor de Nederlandse stichting-administratiekantoor?’, RDC-TBH 2002, p. 667-697, nr. 24.
Verslag van de Commissie voor de Justitie, Parl. St. Senaat 2000-2001, nr. 283/16, p. 146. Zie ook Weyts 2004, nr. 24.
Als wordt gesproken over het doel in België – tegenwoordig aldaar ‘voorwerp’ genoemd – is het belangrijk te weten dat de rechtsbekwaamheid van een Belgische rechtspersoon wordt ingeperkt door de ‘wettelijke specialiteit’.1 Strijd met de wettelijke specialiteit raakt de openbare orde en leidt tot nietigheid van de betreffende rechtshandeling2 omdat de rechtspersoon buiten zijn doel niet bestaat.3 Hierbij moet worden opgemerkt dat de onzekerheid wordt gemitigeerd doordat in België nietigheid niet van rechtswege werkt maar door de rechter dient te worden vastgesteld.4
Waaruit bestaat de wettelijke specialiteit van de stichting? De wettelijke specialiteit van de stichting is het belangeloos doel van artikel 1:3 WVV:
‘Een stichting is een rechtspersoon zonder leden, opgericht bij rechtshandeling door één of meer personen, stichters genoemd. Haar vermogen wordt bestemd om een belangeloos doel na te streven in het kader van één of meer welbepaalde activiteiten die zij tot voorwerp heeft. Zij mag rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel uitkeren of bezorgen aan de stichters, de bestuurders of enig andere persoon, behalve voor het in de statuten bepaald belangeloos doel. Elke verrichting in strijd met dit verbod is nietig.’5
Het belangeloos doel is daarmee dat de stichting niet mag streven winstuitkeringen te doen. Het streven naar het doen van winstuitkeringen aan aandeelhouders is juist de wettelijke verplichting voor vennootschappen en daarom juist een plicht voor vennootschappen. Een stichting mag daardoor geen rechtshandelingen verrichten die in strijd zijn met het belangeloos doel. Omdat een rechtspersoon niet bestaat buiten zijn doel, is bekrachtiging van een nietige rechtshandeling niet mogelijk.6
Dat het doel van een stichting belangeloos is, betekent niet dat de activiteiten van de stichting belangeloos moeten zijn. Met belangeloos doel wordt bedoeld dat de stichting geen winst mag nastreven voor bestuurders, ook niet bij ontbinding.7 Winst nastreven voor het belangeloos doel mag wel.8
Het belangeloos doel gaat in België verder dan het Nederlandse uitkeringsverbod. In Nederland is het uitkeringsverbod een principiële norm, die echter geen deel uitmaakt van de wettelijke definitie van de stichting.9 In België is dat dus anders, daar moet het doel belangeloos zijn en vormt het uitkeringsverbod een onderdeel van het belangeloos doel als wettelijke specialiteit.10
Tijdens de behandeling van de wijziging die leidde tot de aangepaste V&S-wet in 2003, de voorloper van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, noemde de minister van Justitie twee redenen voor de invoering van de private stichting, beide betrekking hebbende op het doel van de stichting:
het creëren van een Belgisch alternatief voor het Nederlandse administratiekantoor; en
aan ouders van gehandicapte kinderen de mogelijkheid te bieden de toekomst van hun kinderen te waarborgen door middel van een soepele en doeltreffende structuur die langer dan zijzelf zal bestaan.11
In 2.4.2 schreef ik al dat de minister van Justitie van mening is dat beide doeleinden binnen het belangeloos doel passen.
Naast de wettelijke specialiteit kent men in België, net zoals in Nederland en Duitsland, ook een regeling ten aanzien van het statutaire doel van de stichting. Als wordt voldaan aan het belangeloos doel, is elk statutair doel toegestaan.