De bij dode opgerichte stichting
Einde inhoudsopgave
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/4.6:4.6 De ontbindingsgronden van de stichting
De bij dode opgerichte stichting (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel recht) 2020/4.6
4.6 De ontbindingsgronden van de stichting
Documentgegevens:
mr. T.F.H. Reijnen, datum 01-09-2020
- Datum
01-09-2020
- Auteur
mr. T.F.H. Reijnen
- JCDI
JCDI:ADS232449:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Erfrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze bepaling is ingevoerd bij Wet van 29 juni 1994, Stb. 506, in werking getreden op 1 september 1994.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor is een aantal aspecten uit het rechtspersonenrecht aan de orde geweest dat voor de bij dode opgerichte stichting van belang is. Een aspect dat tot nu toe niet aan de orde is geweest, is de mogelijkheid van ontbinding van de stichting. Juist voor de bij dode opgerichte stichting kan dit aspect van belang zijn. Denk aan de tijd die kan verstrijken tussen het opmaken van de uiterste wil en het van kracht worden van de daarin opgenomen uiterste wilsbeschikking tot oprichting van een stichting. In het hiernavolgende worden die ontbindingsgronden besproken die voor de bij dode opgerichte stichting van bijzonder belang zijn.1 Bij de mogelijkheid over te gaan tot ontbinding moet onderscheid worden gemaakt tussen de wettelijke bevoegdheid van de rechter een stichting te ontbinden en de bevoegdheid statutair toegekend aan een orgaan van de stichting te besluiten tot ontbinding. De te bespreken mogelijkheden tot ontbinding zijn:
een besluit van het orgaan dat daartoe bevoegd is, artikel 2:19 lid 1 letter a BW (statutaire bevoegdheid);
een totstandkomingsgebrek als bedoeld in artikel 2:21 lid 1 letter a BW (bevoegdheid van de rechter); en
de ontbindingsgronden van artikel 2:301 BW (bevoegdheid van de rechter).
Bespreking van de ontbindingsgronden uit artikel 2:21 lid 1 letter b BW (statuten voldoen niet aan artikel 2:286 lid 4 BW) is van algemene aard en valt daarom buiten het onderzoeksgebied.
Volledigheidshalve merk ik nog op, dat een stichting niet voor bepaalde tijd kan worden opgericht (artikel 2:17 BW).2 Indien men toch een stichting voor bepaalde tijd wenst op te richten, dient in de statuten een orgaan te worden aangewezen dat verplicht is na het verstrijken van de gewenste termijn een besluit tot ontbinding te nemen.3
4.6.1 Ontbinding door het bevoegde orgaan (artikel 2:19 lid 1 letter a BW)4.6.2 Ontbinding ten gevolge van totstandkomingsgebreken (artikel 2:21 lid 1 letter a BW)4.6.3 De ontbindingsgronden van artikel 2:301 BW