Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/11.7.2.1
11.7.2.1 Ongeoorloofde betalingen aan aandeelhouders
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS404636:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Casper 2009, p. 188 en Wicke 2011, § 64, nr. 28.
Sinds de invoering van het MoMiG luidt § 64 GmbHG als volgt: “Die Geschäftsführer sind der Gesellschaft zum Ersatz von Zahlungen verpflichtet, die nach Eintritt der Zahlungsunfähigkeit der Gesellschaft oder nach Feststellung ihrer Überschuldung geleistet werden. Dies gilt nicht von Zahlungen, die auch nach diesem Zeitpunkt mit der Sorgfalt eines ordentlichen Geschäftsmanns vereinbar sind. Die gleiche Verpflichtung trifft die Geschäftsführer für Zahlungen an Gesellschafter, soweit diese zur Zahlungsunfähigkeit der Gesellschaft führen mussten, es sei denn, dies war auch bei Beachtung der in Satz 2 bezeichneten Sorgfalt nicht erkennbar. Auf den Ersatzanspruch finden die Bestimmungen in § 43 Abs. 3 und 4 entsprechende Anwendung.”
Net als eerder is opgemerkt ten aanzien van § 30 GmbHG, dient ‘betaling aan een aandeelhouder’ ruim te worden begrepen; ook betalingen aan een aan de aandeelhouder gelieerde (rechts)persoon vallen hier onder.
Zie Lutter/Hommelhoff 2009, § 64, nr. 27.
Het MoMiG heeft een nieuwe aansprakelijkheidsgrondslag aan § 64 GmbHG toegevoegd, in de literatuur aangeduid als de Insolvenzverursachungshaftung.1 Bestuurders zijn jegens de vennootschap aansprakelijk als zij betalingen verrichten aan aandeelhouders die Zahlungsunfähigkeit veroorzaken, tenzij deze betalingen “mit der Sorgfalt eines ordentlichen Geschäftsmanns vereinbar sind”.2 De nieuwe aansprakelijkheid geldt – anders dan die van de eerste zin van § 64 GmbHG – louter voor betalingen aan aandeelhouders.3 Blijkens de toelichting bij het MoMiG behelst de nieuwe aansprakelijkheidsregeling in § 64 GmbHG een aanvulling op het systeem van kapitaalbescherming, zoals neergelegd in § 30 GmbHG. Anders dan § 43 lid 3 GmbHG voorziet de nieuwe regel in een aansprakelijkheid voor betalingen die weliswaar niet het Stammkapital van de vennootschap aantasten, of zelfs in het geheel geen vermindering van het eigen vermogen van de vennootschap veroorzaken, maar er (voorzienbaar) in resulteren dat de vennootschap niet kan voortgaan met de betaling van haar opeisbare schulden. De regeling strekt dus niet tot bescherming van de solvabiliteit van de vennootschap, maar beoogt primair haar liquiditeitspositie te waarborgen.4