Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/3.2.1
3.2.1 Een beknopt overzicht van de Nederlandse onteigenings geschiedenis
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS702104:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Menu, RSJB 1999/66, p. 9-20.
Karabélias, RSJB 1999/66, p. 45-48; Sluysmans & Waring, EPLJ 2016/5, p. 142; Reynolds 2010, p. 15.
Onder meer: Krueger e.a. 1954, Novellae 7.2.1; Mathews, Harvard Law Review 1921/34; Jones, Law Quarterly Review 1929/45; Lonzano Corbi, RSJB 1999/66; Pennitz, RSJB 1999/66; Pennitz 1991.
Karabélias, RSJB 1999/66, p. 45-48; Sluysmans & Waring, EPLJ 2016/5, p. 142; Reynolds 2010, p. 15. In het Romeinse Rijk sprak men van een ‘bonus vir’ of van ‘viri boni arbitratu aestimata’. Zie: Pennitz 1991, p. 87-88; Jones, Law Quarterly Review 1929/45. Beide bronnen verwijzen naar Frontinus aq. 125.
Jonckers Nieboer 1931, p. 55; Visser 1884 p. 26; Sluysmans & Procee 2016, p. 1;
Jonckers Nieboer 1931, p. 56; Visser 1884, p. 26. Uitgebreid, maar in het Latijn: Lennep 1853, p. 20-22. Voor overige voorbeelden: Van Andel 1857, p. 4.
Zie voor de door mij genoemde voorbeelden de daarbij vermelde voetnoten. Voor een algemeen overzicht verwijs ik naar Jonckers Nieboer 1931, p. 55-56; Sluysmans & Procee 2016, hoofdstuk 1.
Het begin van de Nederlandse onteigeningsgeschiedenis wordt meestal in verband gebracht met het jaar 1841. In dat jaar trad de eerste Nederlandse onteigeningswet in werking (zie hieronder § 3.2.2.3). Het onteigeningsinstrument heeft echter al veel oudere wortels. Zo zijn er bijvoorbeeld voldoende aanwijzingen dat er reeds in het Oude Egypte privé-eigendom kon worden weggenomen door de staat of lokale autoriteiten voor publieke doeleinden. 1Met zekerheid kan worden gezegd dat er in de vijfde eeuw v. Chr. in het Midden-Griekse land Boeotië wetgeving bestond die lokale gemeenten toestond land en opstallen te onteigenen voor de bouw van publieke werken, zoals wegen en tempels. 2Nog weer later, in de tijd van het Romeinse Keizerrijk, werden burgers onteigend voor bijvoorbeeld de bouw van aquaducten. 3Het valt op dat een vorm van deskundigenadvisering in al deze historische voorbeelden voorkwam. 4Ook in Nederland werd er reeds onteigend in de periode vóór 1841. Daar is een aantal fraaie voorbeelden van. Ik noem hier slechts de onteigening ten behoeve van de oprichting van de Universiteit Leiden (1574),5 die ten behoeve van de Haarlemmertrekvaart (4 april 1631) en de stadsuitbreiding van Amsterdam (2 mei 1631).6 Het gaat het bestek van dit boek ruimschoots te buiten om uitgebreid stil te staan bij deze minder recente onteigeningsgeschiedenis. Ik volsta met een verwijzing naar anderen. 7Ik start hieronder zelf met de (Franse) onteigeningswet van 1810, omdat die wet reeds een groot aantal elementen bevatte, waaronder de advisering door deskundigen, die vandaag nog in de wet terugkomen.
3.2.2.1 De (Franse) wet van 18103.2.2.2 Het wetsontwerp van 18253.2.2.3 De wet van 18413.2.2.4 De wet van 1851