Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/1.3.4
1.3.4 Toepassen van de transactiewaarde bij verbonden partijen
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258769:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie o.a. M. Friedhoff and M.L. Schippers, ECJ Judgment in Hamamatsu Case: An Abrupt End to Interaction Between Transfer Pricing and Customs Valuation?, EC Tax Review 28(1), p. 32–42; J. Tuominen, European Union - The Link between Transfer Pricing and EU Customs Valuation Law: Is There Any and How Could It Be Strengthened?, ITPJ 25(6), p. 436-453; E. De Angelis and T. Elshof, European Union – The Interplay between Transfer Pricing and Customs Valuation in Case of Retroactive Profit Adjustments: The Position of the ECJ in the Case Hamamatsu Photonics GmbH (C-529/16), ITPJ 25(4), p. 300-305; D. Rovetta, L.C. Beretta, A. Smiatacz, The Court of Justice of the European Union Judgment in the Hamamatsu Case: Defending EU Customs Valuation Law from the ‘Transfer Pricing Folly’ in Customs Matters, GTCJ 13(5), p. 187–190; W.M. Methenitis, Transfer pricing: understanding multinational firms’ practices, WCO News 2020(93), p. 30-35.
Vgl. o.a. M.L. Schippers, Retroactieve interne verrekenprijsaanpassingen en de douanewaarde, NTFR-B 2017/32.
Dit volgt o.a. uit de volgende nationale rechtszaken: Helsingin hallinto-oikeus 15 maart 2007, nr. 07/0285/1; Tribunal Supremo 30 november 2009, nr. 3582/2003; Högsta domstolen 27 april 2010, nr. 3329-09 en La Corte Suprema Di Cassazione 12 februari 2013, nr. 07715-13. Hierop wordt nader ingegaan in onderdeel 10.5.3.1.
HvJ EU 20 december 2017, nr. C-529/16 (Hamamatsu Photonics Deutschland GmbH tegen Hauptzollamt München), ECLI:EU:C:2017:984.
Vlg. o.a. M. Friedhoff en M.L. Schippers, HvJ Hamamatsu: een abrupt einde aan de wisselwerking tussen verrekenprijzen en douanewaarde?, Wfr 2018/132, p. 909-921.
Verordening (EU) 2017/2454 van de Raad van 5 december 2017 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 904/2010 van de Raad betreffende de administratieve samenwerking en de bestrijding van fraude op het gebied van de belasting over de toegevoegde waarde, OJ L 348, 29.12.2017, p. 1–6.
Economische globalisatie en de daarmee gepaard gaande intensivering van inter-firm handelsrelaties en -transacties hebben het landschap van het internationale handelsverkeer de laatste jaren sterk veranderd (zie ook onderdeel 1.1). Tegelijkertijd is de aandacht voor de vaststelling van interne verrekenprijzen (‘transfer pricing’) in zowel de praktijk als wetenschap gegroeid.1 Onderbelicht, maar in toenemende mate in de belangstelling, is de invloed van de vaststelling van interne verrekenprijzen op de vaststelling van de douanewaarde.
Het belang daarvan is gelegen in het feit dat één van de voorwaarden om de transactiewaardemethode bij verbonden partijen te mogen toepassen bepaald dat de betaalde of te betalen prijs voor de ingevoerde goederen niet beïnvloed mag zijn door de verbondenheid van partijen. Er is kortgezegd sprake van verbondenheid in douanerechtelijke zin als tussen twee partijen een familieband bestaat of indien één van beide partijen zeggenschap of controle heeft over de ander. Om aan te tonen dat de prijs niet is beïnvloed, wordt in de praktijk veelal gebruik gemaakt van verrekenprijsdocumentatie. Deze praktijk breidt zich uit nu een toenemend aantal transacties plaatsvindt op basis van het inter-firm principe (lees: het aandeel intragroepstransacties neemt toe).
Het gebruik van verrekenprijsdocumentatie is echter niet onomstreden, hoewel er internationaal op aangestuurd wordt door de WDO in zijn rapport ‘Guide to Customs Valuation and Transfer Pricing (juni 2015, geüpdatet in 2018)’. Dat geldt eveneens voor de invloed van retroactieve verrekenprijsaanpassingen op de vaststelling van de douanewaarde. Een en ander houdt verband met het feit dat het doel, de wettelijke bronnen, de waarderingsmethoden en de bestandsdelen ter vaststelling van de douanewaarde en verrekenprijzen van elkaar verschillen.2 Tegelijk werd en wordt in de praktijk uitgegaan van een bepaalde mate van invloed tussen interne verrekenprijzen en de douanewaarde, omdat aan de vaststelling van beide een ‘zakelijkheidstoets’ ten grondslag ligt die bij gelieerde respectievelijk verbonden ondernemingen moet worden toegepast.
Tussen de EU-lidstaten bestaat echter geen consensus over de vraag in welke mate (retroactieve) verrekenprijs(aanpassingen) invloed hebben op de vaststelling van de douanewaarde.3 Het Hof van Justitie lijkt in het Hamamatsu Photonics Deutschland GmbH tegen Hauptzollamt München-arrest4 niet bijgedragen te hebben aan het tot consensus komen over het gebruik van verrekenprijsdocumentatie en het in aanmerking nemen van verrekenprijsaanpassingen voor het vaststellen van de douanewaarde.5 Tegelijk voorziet het wetgevingspakket van het DWU, waaronder begrepen richtsnoeren van de Europese Commissie, niet in wetgeving. Ook in Actiepunt 13 over transfer pricing en country-by-countryreporting worden geen richtlijnen gegeven voor een betere afstemming van de vaststelling van de douanewaarde op de vaststelling van verrekenprijzen en omgekeerd. Tegelijk kan verrekenprijsdocumentatie en country-by-countryreporting informatie bevatte die ook voor de vaststelling van de douanewaarde van belang kan zijn. Doordat de mate van interconnectiviteit tussen belastingdiensten en douaneautoriteiten toeneemt, leidt inzicht in voornoemde informatie ertoe dat douaneautoriteiten potentieel een (steeds) grotere slagkracht in hun fiscale handhaving krijgen. Een en ander wordt ook aangewakkerd door wetgeving over administratieve samenwerking op het gebied van btw die er onder andere op gericht is om een nauwere samenwerking tussen belastingdiensten en douaneautoriteiten tot stand te brengen.6
Onvoldoende inzicht in de invloed die verrekenprijzen en retroactieve verrekenprijsaanpassingen kunnen hebben op de vaststelling van de douanewaarde, kunnen financiële gevolgen, beboet- of strafbaar feiten en rechtsonzekerheid met zich brengen. Een onderzoek naar de samenloop tussen de vaststelling van de douanewaarde en de vaststelling van verrekenprijzen is zodoende van belang.