Wilsdelegatie in het erfrecht
Einde inhoudsopgave
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.5.4.5:II.5.4.5 Ter vergelijking: § 2193 BGB
Wilsdelegatie in het erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2014/II.5.4.5
II.5.4.5 Ter vergelijking: § 2193 BGB
Documentgegevens:
mr. N.V.C.E. Bauduin, datum 09-09-2014
- Datum
09-09-2014
- Auteur
mr. N.V.C.E. Bauduin
- JCDI
JCDI:ADS624151:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
In § 1940 BGB wordt de Auflage omschreven als: ‘Der Erblasser kann durch Testament den Erben oder einen Vermächtnisnehmer zu einer Leistung verpflichten, ohne einem anderen ein Recht auf die Leistung zuzuwenden (curs. NB).’ Vgl. hiermee de definitie van onze last in art. 4:130 BW. Met de Duitse last legt erflater de erfgenamen of legatarissen dus eveneens een verplichting op, waarvan evenwel geen nakoming kan worden gevorderd.
Zie uitgebreider hierover paragraaf 3.3.4.2 ‘Auflage’.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ter ondersteuning van de gedachte dat er ten aanzien van de last ruimhartig kan worden gedelegeerd, wil ik, ter vergelijking en ter inspiratie, nogmaals wijzen op de bepaling van § 2193 BGB (zie ook paragraaf 3.3.4.2) met betrekking tot de Duitse Auflage.1 § 2193 BGB luidt als volgt:
‘I. Der Erblasser kann bei der Anordnung einer Auflage, deren Zweck er bestimmt hat, die Bestimmung der Person, an welche die Leistung erfolgen soll, dem Beschwerten oder einem Dritten überlassen.
II. Steht die Bestimmung dem Beschwerten zu, so kann ihm, wenn er zur Vollziehung der Auflage rechtskräftig verurteilt ist, von dem Kläger eine angemessene Frist zur Vollziehung bestimmt werden; nach dem Ablauf der Frist ist der Kläger berechtigt, die Bestimmung zu treffen, wenn nicht die Vollziehung rechtzeitig erfolgt.
III. Steht die Bestimmung einem Dritten zu, so erfolgt sie durch Erklärung gegenüber dem Beschwerten. Kann der Dritte die Bestimmung nicht treffen, so geht das Bestimmungsrecht auf den Beschwerten über. Die Vorschrift des § 2151 Abs. 3 Satz 2 findet entsprechende Anwendung; zu den Beteiligten im Sinne dieser Vorschrift gehören der Beschwerte und diejenigen, welche die Vollziehung der Auflage zu verlangen berechtigt sind (curs. NB).’
Heeft erflater zelf het doel van de Auflage (last) bepaald, dan is het mogelijk om degene die op grond van de Auflage verkrijgt te laten aanwijzen door degene op wie de Auflage rust of door een derde, dit geheel naar diens goeddunken. Het is dus, anders dan bij een Vermächtnis (legaat), niet nodig dat uit een door erflater afgebakende groep van personen kan worden gekozen. Voorts is het mogelijk om dan conform het bepaalde in § 2156 BGB aan de bezwaarde of derde de bevoegdheid te geven om ook de omvang van de verkrijging te bepalen. § 2192 BGB bepaalt namelijk dat §§ 2154 – 2156 BGB op de Auflage van overeenkomstige toepassing zijn.2
Ook in het Duitse recht is met de last op delegatiegebied dus meer mogelijk dan met het legaat. Erflater hoeft immers niet een afgebakende groep van individueel of in een bepaalde hoedanigheid aangewezen personen te noemen, waaruit de verkrijger door de derde kan worden gekozen (vgl. § 2151 BGB voor wat het legaat betreft). Erflater kan volstaan met het bepalen van louter het doel, dit zowel voor wat het subject (§ 2193 BGB), als voor wat het object (§ 2156 BGB) van de verkrijging betreft.