Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm
Einde inhoudsopgave
Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm (R&P nr. CA6) 2012/1.9:1.9 Redelijkheid en billijkheid ten processe
Redelijkheid en billijkheid als gedragsnorm (R&P nr. CA6) 2012/1.9
1.9 Redelijkheid en billijkheid ten processe
Documentgegevens:
mr. P.S. Bakker, datum 01-12-2012
- Datum
01-12-2012
- Auteur
mr. P.S. Bakker
- JCDI
JCDI:ADS589677:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Vermogensrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Aldus reeds Paul Scholten, die in zijn annotatie bij HR 9 maart 1939, NI 1939, 1012 opmerkt dat wat de goede procesorde eist '(...) zoowat de parallel van den eisch der goede trouw in het overeenkomstenrecht (...)' is. In deze zin ook Van der Wiel 2004, p. 182. Anders: Lindijer 2006, p. 650 en Gras 2004, p. 184-185.
Vgl. Van der Wiel 2004, t.a.p.
Vgl. Vriesendorp 1970, nrs. 80 en 115.
Zie hierover Van den Brink 2006, p. 1 e.v.
Vgl. recentelijk HR 2 maart 2012, NI 2012, 158.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hiervoor stond steeds de werking van de redelijkheid en billijkheid in de materieel-rechtelijke verhouding van partijen centraal. De in die verhouding geldende eisen van redelijkheid en billijkheid werken echter als "de eisen van een goede procesorde" ook door in het burgerlijk proces.1 Als prototypisch lid van de rechtsgemeenschap toetst de rechter niet alleen het in de materieelrechtelijke verhouding door partijen vertoonde gedrag aan de eisen van redelijkheid en billijkheid, ook de processuele houding van partijen wordt door hem aan (in wezen) dezelfde norm afgemeten.2 De rechter houdt partijen in de rechtszaal aldus welbeschouwd twee (nagenoeg) identieke normatieve spiegels voor, een materieelrechtelijke en een procesrechtelijke.
Ook in de rechtszaal moet derhalve het in het maatschappelijk gebeuren gewortelde redelijkheidsgebod worden nageleefd.3 Dit uit zich op praktisch alle terreinen van het burgerlijk proces: de wet dient bijvoorbeeld op redelijke wijze te worden verstaan ("een redelijke lezing van de wet brengt met zich mee..."), gedingstukken moeten op redelijke, d.w.z. begrijpelijke en verantwoordbare wijze worden gelezen, enzovoort.4 De orde en duur van het proces (Zites finiri oportet) moeten ten slotte worden bewaakt en wel zo dat beide partijen voldoende tijdens het proces aan bod komen.5 Wie zich onredelijk tijdens het proces gedraagt, riskeert dat zijn gedrag "in strijd met de goede procesorde" wordt geacht en kan daarvan nadeel ondervinden. Ook in de rechtszaal geldt het maatschappelijk redelijkheidsgebod derhalve en moet door de actoren over en weer "het juiste midden" worden gehouden. Op de goede procesorde kom ik kort terug in hoofdstuk 5 van dit boek.