Open normen in het huurrecht
Einde inhoudsopgave
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/5.4.1.2:5.4.1.2 De beperkte rechtszekerheid als nadeel
Open normen in het huurrecht (R&P nr. VG11) 2019/5.4.1.2
5.4.1.2 De beperkte rechtszekerheid als nadeel
Documentgegevens:
J.Ph. van Lochem, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
J.Ph. van Lochem
- JCDI
JCDI:ADS496232:1
- Vakgebied(en)
Huurrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zij kennen wel een andere koppeling, te weten aan het gedrag van de huurder (artikel 7:274 lid 1 sub a BW) en aan de bedrijfsvoering (artikel 7:296 lid 1 sub a BW).
HR 27 november 1959, NJ 1960/105.
HR 24 juni 1960, NJ 1960/495.
Bijvoorbeeld HR 12 oktober 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0719, NJ 1993/167.
Bijvoorbeeld de in artikel 7:213 BW gemaakte koppeling met het gebruik van het gehuurde.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Omdat de ‘vangnetfunctie’ zorgt voor een breed toepassingsbereik, zijn de (proces)partijen gebaat bij duidelijke kaders. Die levert artikel 7:213 BW deels zelf door het goed huurderschap te koppelen aan het gebruik van het gehuurde. De opzeggingsgrond goed huurderschap (artikel 7:274 en 7:296 BW) bevat die koppeling echter niet.1 Rechters kunnen in de rechtspraak bijdragen aan de rechtszekerheid door het stellen van meer kaders.
In de rechtspraak wordt de aanwezigheid van schade of ander nadeel soms als vereiste gesteld voor het aannemen van slecht huurderschap. De vraag is of die voorwaarde terecht is. Het laten ontstaan van een risico op schade is volgens sommigen al genoeg (zie bijvoorbeeld een arrest van de Hoge Raad op 27 november 19592).
De open norm ‘goed huurderschap’ zorgt voor rechtsonzekerheid waar deze een aanvullende werking heeft op de door partijen gemaakt contractuele afspraken en de rechter hierin geen duidelijke lijn hanteert.
Zo is het voorbeeld genoemd van een door huurders veroorzaakte overlast. Omdat de overlast werd veroorzaakt aan de buren en niet aan de verhuurder, werd geoordeeld dat geen sprake was van strijdigheid met het goed huurderschap.3 In rechtspraak van latere datum blijkt overlast jegens buren wel degelijk strijd met het goed huurderschap op te kunnen leveren.4
Indien een rechter te veel ruimte neemt en zich niet houdt aan uitgezette lijnen (in de wet5 en eerdere rechtspraak), is direct sprake van veel rechtsonzekerheid.
Zoals eveneens de conclusie was ten aanzien van de redelijkheid en billijkheid, is het van belang dat als de rechter oordeelt aan de hand van alle omstandigheden van het geval, hij zoveel mogelijk inzicht verschaft in zijn afwegingen. Indien dit wordt nagelaten, komt de rechtszekerheid in het gedrang.