Arbeidsrecht en insolventie
Einde inhoudsopgave
Arbeidsrecht en insolventie (MSR nr. 75) 2019/7.1.3:7.1.3 Opzet hoofdstuk
Arbeidsrecht en insolventie (MSR nr. 75) 2019/7.1.3
7.1.3 Opzet hoofdstuk
Documentgegevens:
Mr. J. van der Pijl, datum 01-11-2018
- Datum
01-11-2018
- Auteur
Mr. J. van der Pijl
- JCDI
JCDI:ADS302396:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Medezeggenschapsrecht
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Insolventierecht / Faillissement
Arbeidsrecht / Einde arbeidsovereenkomst
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De opzet van dit hoofdstuk is verder als volgt. Ook hier zal in het kader van de beantwoording van de onderzoeksvragen, specifiek toegespitst op het leerstuk misbruik van faillissement antwoord worden gezocht op de volgende vragen:
Wat zijn de relevante Europese en Nederlandse regels op het gebied van misbruik van bevoegdheid in het algemeen en misbruik van bevoegdheid het faillissement aan te vragen in het bijzonder?
In hoeverre is daarbij sprake van spanningen of tegenstrijdigheden tussen de belangen van de verschillende betrokkenen, met name die van de (aandeelhouder(s) van) gefailleerde zelf, van de werknemers (en ondernemingsraden en vakorganisaties), alsook de samenleving als geheel?
Hoe kunnen – indien aanwezig – onder vraag 2. bedoelde spanningen of tegenstrijdigheden, rekening houdend met alle betrokken belangen, op efficiënte en aanvaardbare wijze door (wijziging van) de Nederlandse wetgeving worden opgelost?
In het kader van de beantwoording van deze vragen begin ik met de Europese verplichtingen die aan lidstaten zijn opgelegd ten aanzien van het tegengaan van misbruik van faillissement (paragraaf 6.2), om te vervolgen met de – deels daaruit voortvloeiende en deels al langer bestaande oorspronkelijke – Nederlandse regels, zowel algemeen vermogensrechtelijk van aard, als specifiek op de positie van werknemers in faillissement gericht (paragraaf 6.3). Daarna wordt nagegaan welke ontwikkelingen in de jurisprudentie van belang zijn bij de uitleg van deze regels en welke problemen zich daarbij voordoen (paragraaf 6.4). Dit wordt gevolgd door het in kaart brengen van de mogelijkheden die werknemers ter beschikking staan zich te verzetten tegen misbruik en een beantwoording van de vraag of dat instrumentarium voldoende is om tot een aanvaardbare en efficiënte oplossing van gesignaleerde problemen te komen (paragraaf 6.5). Ik rond af met een conclusie, inclusief een aantal aanbevelingen die gesignaleerde knelpunten zouden kunnen ondervangen (paragraaf 6.6).