Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/7.6.2
7.6.2 Regels specifiek voor verzekeraars over de wijze waarop mededelingen kunnen worden gedaan
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS949891:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
In werking getreden op 1 januari 2006 als art. 7:933 BW.
Besluit van 25 januari 2011, houdende regels inzake de verzending van mededelingen langs elektronische weg in het kader van een verzekeringsovereenkomst (Besluit elektronische mededelingen in het kader van een verzekeringsovereenkomst) (Staatsblad 2011, 20). Het besluit is op 1 juli 2011 in werking getreden (Staatsblad 2011, 58). Dit besluit verving een eerder besluit uit 2008.
Staatsblad 2011, 20, p. 6.
Idem Leerink 2022, p. 69-72. Hij is van mening dat het ‘Besluit elektronische mededelingen in het kader van een verzekeringsovereenkomst’ door de maatschappelijke ontwikkelingen is ingehaald. Leerink betoogt dat de eis van uitdrukkelijke instemming voor het versturen van mededelingen langs elektronische weg niet meer past in de huidige tijd en context.
Sinds de invoering van de Wet toekomst pensioenen (1 juli 2023) kan de pensioenuitvoerder kiezen tussen elektronische informatieverstrekking, schriftelijke informatieverstrekking of informatieverstrekking via een website. De informatieverstrekking via een website moet dan wel worden gecombineerd met persoonlijk attenderen als er nieuwe of gewijzigde informatie op de website staat. De individuele deelnemer, gewezen deelnemer, gewezen partner of pensioengerechtigde kan aangeven welke wijze van informatieverstrekking hij prefereert.
Asser/Lutjens 7-XI 2019/499 en 649. Lutjens merkt op dat de afstemming met art. 7:933 BW en het Besluit EM 2011 bij de formulering van art. 49 Pensioenwet niet in ogenschouw is genomen. Er kan volgens hem daarom (voor pensioenverzekeraars, zo begrijp ik de opmerking) niet zonder meer worden aangenomen dat de Pensioenwet als bijzondere wet en van latere datum prevaleert. Met mijn opmerking hier over art. 49 Pensioenwet wil ik er dus met name op wijzen dat het opt-in systeem niet geldt voor andere pensioenuitvoerders dan pensioenverzekeraars. Leerink 2022, p. 70-71 wijst erop dat de wetgever er in de toelichting op het Besluit EM 2011 expliciet op heeft gewezen dat de eis van instemming ook gesteld is in art. 49 Pensioenwet, maar dat dezelfde wetgever art. 49 Pensioenwet in 2015 heeft gewijzigd in die zin dat het “opt-in-model” is omgezet in een “opt-out-model”. Hij bepleit dat ook bij verzekeringsovereenkomsten het “opt-out-model” zou moeten gaan gelden.
Tenzij anders is bepaald, kunnen verklaringen, met inbegrip van mededelingen, in iedere vorm geschieden. Zo luidt de hoofdregel opgenomen in art. 3:37 lid 1 BW. Titel 17 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (“Verzekering”) bevat voor verzekeraars een hiervan afwijkende regeling. Art. 7:933 lid 11 BW bepaalt:
“Alle mededelingen waartoe de bepalingen van deze titel of de overeenkomst de verzekeraar aanleiding geven, geschieden schriftelijk. De verzekeraar kan zich daarbij houden aan de laatste hem bekende woonplaats van de geadresseerde.”
Mededelingen moeten dus schriftelijk geschieden. De term “schriftelijk” omvat (volgens de parlementaire geschiedenis van dit wetsartikel) alle vormen die de modernste techniek kent.2 De eerste zin van art. 7:933 lid 1 BW is van dwingend recht: er kan in de polisvoorwaarden niet ten nadele van de verzekeringnemer of de tot uitkering gerechtigde van worden afgeweken.3 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen van art. 7:933 lid 1 BW afwijkende regels worden gesteld ten aanzien van de verzending van mededelingen langs elektronische weg (art. 7:933 lid 2 BW). Dit is gebeurd in het ‘Besluit elektronische mededelingen in het kader van een verzekeringsovereenkomst’ uit het jaar 2011 (het ‘Besluit EM 2011’).4 Art. 1 lid 3 Besluit EM 2011 bepaalt:
“Mededelingen langs elektronische weg zijn slechts toegestaan indien de geadresseerde daarmee uitdrukkelijk heeft ingestemd. De geadresseerde kan zijn instemming te allen tijde herroepen.”
“De toestemming kan bijvoorbeeld worden gegeven door het aanvinken van een hokje achter een daartoe strekkende verklaring”, zegt de Nota van Toelichting.5 Voorwaarde is bovendien dat de verzending langs elektronische weg op een zodanige wijze gebeurt dat de mededelingen kunnen worden opgeslagen op een duurzame drager (art. 1 lid 1 Besluit EM 2011).
Kortom, verzekeraars mogen naar aanleiding van de verzekeringsovereenkomst alleen digitaal met de klant communiceren als de klant daarvoor uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven. Er is sprake van een zogenoemde “opt-in”.
Nu elektronische communicatie steeds gebruikelijker wordt, zou het mijns inziens overigens terecht zijn om te bekijken of het niet tijd wordt dit anders te regelen.6 Het zou naar mijn mening thans meer voor de hand liggen als de klant van een verzekeraar kan aanvinken dat hij bezwaar heeft tegen elektronische communicatie, in plaats van dat hij uitdrukkelijk te kennen moet geven dat hij toestemming verleent voor elektronische communicatie. Bijvoorbeeld art. 49 Pensioenwet7 over het verstrekken van informatie door de pensioenuitvoerder bevat ook niet het voorschrift dat toestemming moet worden verleend voor elektronische communicatie.8 Dit is echter niet de plaats om daar verder op in te gaan.