Einde inhoudsopgave
Bewijsrecht in fiscale bestuurlijke boetezaken (FM nr. 180) 2024/4.2.1
4.2.1 Inleiding
mr. drs. A. Heidekamp, datum 13-10-2023
- Datum
13-10-2023
- Auteur
mr. drs. A. Heidekamp
- JCDI
JCDI:ADS940307:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie hoofdstuk 3.
Zie hieromtrent nader paragraaf 3.5.2.
Zie paragraaf 8.2.3.
Zie paragraaf 8.2.3.
HR 18 november 1992, BNB 1993/40, FED 1993/143 (r.o. 3.5), HR 31 januari 1990, BNB 1990/93, HR 7 september 1988, BNB 1988/298, FED 1988/715, HR 19 juni 1985, BNB 1986/29. Zie ook HR 4 november 2016, V-N 2016/59.10, waarin de boeteling een poging deed om de materiële gelijkschakeling van het fiscale boeterecht met het strafrecht conform het EVRM in te lezen in een bijzondere bepaling uit het belastingverdrag met de Verenigde Staten van Amerika, die evenwel alleen op ‘echte’ strafprocedures zag en dus volgens de Hoge Raad niet op boetezaken.
Uit de historische context is naar voren gekomen dat de fiscale bestuurlijke boete wezenlijke kenmerken heeft van een straf.1 De belangwekkende EVRM-jurisprudentie uit de jaren tachtig van de 20e eeuw heeft duidelijk gemaakt dat er een materiële toets moet worden aangelegd: ziet het eruit als een straf en werkt het als een straf, dan ís het ook een straf in de zin van het EVRM.2 De strafrechtelijke waarborgen uit bijvoorbeeld art. 6 EVRM gelden daarom onverkort voor bestuursrechtelijke sancties die bestraffing als doel hebben, zoals de fiscale bestuurlijke boete. Daarnaast zijn verschillende strafrechtelijke leerstukken vanuit het algemeen geldende strafrecht geïmporteerd naar het (fiscale) bestuurlijke boeterecht.3
De sterke invloed van het strafrechtelijke domein op het fiscale bestuurlijke boeterecht betekent nog niet, dat de regels uit het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering één op één van toepassing zijn op de fiscale bestuurlijke boete.4 De Hoge Raad heeft herhaaldelijk geoordeeld dat die regels niet van overeenkomstige toepassing zijn op de fiscale bestuurlijke boete.5 Het bewijsrecht zoals dat geldt voor de fiscale bestuurlijke boete wordt als zodanig dan ook niet beheerst door de algemeen geldende strafrechtelijke bewijsregels. In plaats daarvan gelden als uitgangspunt de bewijsregels uit het (fiscale) bestuursrecht. Om dat onderscheid steeds scherp te kunnen (blijven) maken, is het naar mijn mening niettemin nuttig om de bewijsregels zoals die gelden in het algemeen geldende strafrecht kort te belichten. In deze paragraaf behandel ik daarom de belangrijkste aspecten van het strafrechtelijke bewijsrecht in vogelvlucht.