Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht
Einde inhoudsopgave
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/6.2.2:6.2.2 Uitgangspunt 2: het pleitbare standpunt heeft invloed op de strafwaardigheid van het doen van een onjuiste aangifte
Pleitbaar standpunt in het fiscale boete- en strafrecht (FM nr. 148) 2016/6.2.2
6.2.2 Uitgangspunt 2: het pleitbare standpunt heeft invloed op de strafwaardigheid van het doen van een onjuiste aangifte
Documentgegevens:
dr. mr. M.M. Kors, datum 21-11-2016
- Datum
21-11-2016
- Auteur
dr. mr. M.M. Kors
- JCDI
JCDI:ADS565028:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal procesrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het fiscale boeterecht wordt sinds 1984 op een eigen – van het algemene strafrecht afwijkende – wijze over de strafwaardigheid van een onjuiste, maar wel op een pleitbaar standpunt gebaseerde, aangifte gedacht. In literatuur worden hieraan drie in het belastingrecht geldende principes ten grondslag gelegd: de erkenning van de positie waarin de belastingplichtige ongevraagd is gebracht, de vrijheid van een belastingplichtige om de eigen interpretatie en toepassing van het recht aan de belastingrechter voor te leggen en de (uit de vrijheid om de fiscaal gunstigste weg te kiezen voortvloeiende) vrijheid van een belastingplichtige om zijn eigen – voor hem gunstigste – interpretatie en toepassing van het belastingrecht te volgen.1
Deze principes zouden naar mijn mening ook van belang moeten zijn zodra niet de belastingrechter maar de strafrechter zich over de strafwaardigheid van een onjuiste, maar wel pleitbare aangifte buigt. Ook in het fiscale strafrecht zouden deze principes derhalve tot gevolg moeten hebben dat op een eigen – van het algemene strafrecht afwijkende – wijze over de strafwaardigheid van een onjuiste, maar wel pleitbare aangifte, wordt gedacht.2 Bij het formuleren van het voorstel voor een eenduidige behandeling van het pleitbaar standpunt verweer in het fiscale boete- en strafrecht ga ik er daarom in de tweede plaats vanuit dat het naar objectieve maatstaven pleitbare standpunt ook in het fiscale strafrecht van invloed is op de mogelijkheden om een belastingplichtige wegens het doen van een onjuiste aangifte of wegens het ten onrechte niet of gedeeltelijk niet betalen van een aangiftebelasting te bestraffen.
Tot nu toe heeft het naar objectieve maatstaven pleitbare standpunt in de jurisprudentie van de strafkamer van de Hoge Raad nog geen rol vervuld. Dat wil echter niet zeggen dat daarvoor geen ruimte zou zijn. De strafkamer van de Hoge Raad heeft in 2012 namelijk overwogen dat de rechter in feitelijke instantie bij een pleitbaar standpunt verweer moet beoordelen of de verdachte redelijkerwijs kon en mocht menen dat hij op toelaatbare wijze aangifte had gedaan. Uit deze overweging lijkt te volgen dat een belastingplichtige die op het moment van het doen van de aangifte wist of meende te weten dat zijn standpunt pleitbaar was en zich er daarmee ook bewust van moest zijn geweest dat zijn aangifte mogelijk onjuist was, niet per definitie hoeft te worden gestraft.3
Met het uitgangspunt dat het pleitbare standpunt ook in het fiscale strafrecht een rol krijgt, wordt hetgeen in hoofdstuk 2 over de invulling van het begrip pleitbaar standpunt is uiteengezet ook voor het fiscale strafrecht van belang.4 Niet alleen de belastingrechter, maar ook de strafrechter zal onder bepaalde omstandigheden moeten onderzoeken of aan de onjuiste aangifte of aan het ten onrechte niet of gedeeltelijk niet betalen van een aangiftebelasting een naar objectieve maatstaven pleitbaar standpunt ten grondslag ligt. Later in dit hoofdstuk, in de paragrafen 6.5.5.1 en 6.5.5.2, wordt hier op teruggekomen.