Einde inhoudsopgave
Re-integratie zieke werknemer (MSR nr. 66) 2014/2.7.4
2.7.4 Conclusie
mr.dr. G.A. Diebels, datum 24-09-2014
- Datum
24-09-2014
- Auteur
mr.dr. G.A. Diebels
- JCDI
JCDI:ADS577972:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Europees arbeidsrecht
Rechtswetenschap / Algemeen
Sociale zekerheid arbeidsongeschiktheid / Re-integratie
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Voetnoten
Voetnoten
S. Montebovi, ‘Arbeidsrechtelijke sociale zekerheid in grensoverschrijdende situaties’ in: W. Plessen, H. van Drongelen en F. Hendrickx (red.), Sociaal recht: tussen behoud en vernieuwing,), Paris: Zutphen 2011 (Jacobs-bundel), p.171-183, m.n. p.174.
Conform afspraken van de regering met de sociale partners om te streven naar een beperking van de loondoorbetaling tijdens de twee jaar ziekte tot 170% van het loon. Uit een steekproef van het ministerie van SZW heeft 98% van de Nederlandse werknemers recht op ten minste die 170% (CPB 2014, p.6, noot 3).
Parl. Geschiedenis Boek 6 BW, p.628. De vraag is of die risicoaansprakelijkheid hier bestaat uit kracht van de wet (net als in art. 6:169 e.v. BW) of omdat toerekening plaatsvindt (art. 6:162 e.v. BW), aangezien het risque social naar verkeersopvattingen voor rekening van de werkgever dient te komen. In dat laatste geval moeten de verkeersopvattingen tegen het licht worden gehouden.
In het Nederlandse systeem heeft een werknemer in de eerste twee jaar van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte in de regel aanspraak op gedeeltelijke loondoorbetaling door de werkgever. Nederland neemt hiermee een unieke positie in.1 Op basis van de arbeidsovereenkomst of de cao wordt in veel gevallen de loondoorbetaling bij ziekte door de werkgever aangevuld tot een hoger bedrag. Niet ongebruikelijk is een aanvulling gedurende het eerste jaar tot 100%, maar in het tweede jaar géén aanvulling meer.2
Daarmee kan de omvang van het risico dat een werkgever loopt bij ziekte van een werknemer zeer aanzienlijk zijn. Niet alleen moet loon (vermeerderd met werkgeverslasten) worden doorbetaald, ook bestaat daardoor aanspraak op vakantiegeld, worden vakantiedagen opgebouwd en wordt normaal gesproken betaling van de pensioenpremie voortgezet. De invloed die de werkgever kan uitoefenen om te voorkomen dat hij loon moet doorbetalen bij ziekte is vanwege het risque social beperkt. Hij heeft hooguit vat op werkgerelateerd verzuim, terwijl wij eerder zagen dat het grootste deel van ziekteverzuim niet werkgerelateerd is. Verder is het gedrag van de werknemer bij het ontstaan van arbeidsongeschiktheid nauwelijks van invloed op de loondoorbetalingsverplichting. De restrictieve uitleg van opzettelijk veroorzaakte arbeidsongeschiktheid maakt dat er nagenoeg sprake is van risicoaansprakelijkheid. Daarvan is immers sprake als aansprakelijkheid bestaat buiten schuld.3
Heeft de werknemer geen werkgever meer, maar duurt de arbeidsongeschiktheid voort, dan zal recht kunnen bestaan op een ZW-uitkering. Heeft de werknemer nog wel een werkgever dan is er desondanks een beperkt aantal situaties waarin toch een ZW-uitkering wordt verstrekt. Dat recht op ZW leidt tot gehele of gedeeltelijke vermindering van de loondoorbetalingsverplichting door de werkgever. Na twee jaar arbeidsongeschiktheid kan aanspraak bestaan op een WW-uitkering of een WIA-uitkering, afhankelijk van de resterende verdiencapaciteit. In het eerste geval wordt een werknemer, ondanks vastgestelde beperkingen samenhangend met een arbeidsongeschiktheidspercentage tot 35%, niet langer arbeidsongeschikt geacht. Heeft de werknemer een verdiencapaciteit van 35-80% (of tijdelijk van 80-100%) dan krijgt hij een WGA-uitkering. Bij volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid van 80-100% bestaat recht op een IVA-uitkering.