Wie heeft de leiding?
Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/3.2.3.1:3.2.3.1 Omschrijving
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/3.2.3.1
3.2.3.1 Omschrijving
Documentgegevens:
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS619758:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Deze uitleg sluit aan bij hetgeen De Haan (2004, p. 566) voorgesteld heeft in zijn voorstel tot wijziging van artikel 5:20BW, ten aanzien van netwerken waarvan het openbaar belang bij of krachtens wet is erkend.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het nieuwe lid wordt het begrip 'net' gehanteerd. Een net bestaat uit kabels en leidingen die bestemd zijn voor transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie. Bij deze omschrijving dient gedacht te worden aan:
grote distributienetten van openbaar belang, 1 zoals gas-, elektriciteits- en water
leidingnetten, riolering en elektronische communicatienetwerken;
buisleidingen waardoor aardolie en gevaarlijke stoffen worden vervoerd;
een enkele kabel of leiding waaruit een net kan bestaan.
Onder netten in de zin van artikel 5:20, tweede lid BW worden uitdrukkelijk niet verstaan netten voor personen- of stuksvervoer, zoals wegen- en spoornetten. Het tweede lid is niet beperkt tot enkel openbare netwerken, zoals voorheen in (artikel 5.6 van) de Tw. Ook op niet-openbare netwerken ziet artikel 5:20, tweede lid BW. De reden om ook niet-openbare netwerken onder de nieuwe regeling te brengen is dat de eigendom van het netwerk niet in andere handen overgaat op het moment dat een netwerk zijn openbare karakter verliest. Dit is op zich een wezenlijk verschil met de regeling die in de Tw gold. Die zag namelijk enkel op openbare telecommunicatienetwerken. Kortom, ook alle niet-openbare (telecommunicatie)netten en private leidingen op fabrieksterreinen, vallen naast alle openbare netten, ook onder artikel 5:20, tweede lid BW.