Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen
Einde inhoudsopgave
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/4.5.4:4.5.4 Aspecten van financiële verslaggeving
Bescherming van beursvennootschappen door uitgifte van preferente aandelen (VDHI nr. 147) 2018/4.5.4
4.5.4 Aspecten van financiële verslaggeving
Documentgegevens:
mr. R.A.F. Timmermans, datum 01-10-2017
- Datum
01-10-2017
- Auteur
mr. R.A.F. Timmermans
- JCDI
JCDI:ADS347050:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Beckman & Marseille, Hoofdlijnen van het jaarrekeningenrecht 2013/9.16. Zie hierover uitgebreid Van Geffen, Ondernemingsrecht 2004/72 en Van Dijk, Ondernemingsrecht 2004/73.
IAS 32.18 (a).
Beckman & Marseille, Hoofdlijnen van het jaarrekeningenrecht 2013/9.16.
Zie paragraaf 7.5.5 onder a.
Pag. 80 van het jaarverslag 2008 van ASMI en pag. 143 van het jaarverslag 2013 van KPN.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bij toepassing van de standaarden van de IASB over financiële instrumenten is het mogelijk dat preferente aandelen als schuld moeten worden gerubriceerd.1 Dat zal het geval zijn indien de vennootschap preferente aandelen heeft uitgegeven met verplichte aflossing voor een vast bepaalbaar bedrag op een vaste of bepaalbare dag in de toekomst, of de houder het recht heeft van de vennootschap te verlangen dat op of na een bepaalde datum aflossing plaatsvindt voor een vast of bepaalbaar bedrag.2 Omdat naar Nederlands recht de aandeelhouder geen intrekking of inkoop van de aandelen kan afdwingen, zal niet aan deze voorwaarden voldaan zijn. In dat geval moet worden gekeken naar de aan de preferente aandelen verbonden rechten.3 Indien de dividenduitkeringen namelijk niet ter discretie van de vennootschap staan, zullen de preferente aandelen als vreemd vermogen gerubriceerd moeten worden.
Zijn de beschermingsprefs uitgegeven, dan vindt ieder jaar automatisch een uitkering op de aandelen plaats.4 De stichting wil er immers van op aan kunnen dat zij jaarlijks het preferente dividend ontvangt, zodat zij haar renteverplichtingen jegens de bank kan nakomen. De preferente dividenduitkeringen staan aldus niet ter discretie van het vennootschapsbestuur, wat betekent dat beschermingsprefs als vreemd vermogen gerubriceerd moeten worden. Het gevolg daarvan is dat het eigen vermogen van de vennootschap navenant vermindert. Ik wijs in dit verband op de jaarrekening van ASMI over het boekjaar 2008 en de jaarrekening van KPN over het boekjaar 2013, waaruit blijkt dat het op de geplaatste beschermingsprefs gestorte bedrag als vreemd vermogen werd verantwoord.5