Afspraken en Aanspraken
Einde inhoudsopgave
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/3.4.2:3.4.2 De beperkende werking van redelijkheid en billijkheid en onvoorziene omstandigheden
Afspraken en Aanspraken (SteR nr. 57) 2023/3.4.2
3.4.2 De beperkende werking van redelijkheid en billijkheid en onvoorziene omstandigheden
Documentgegevens:
N. van Triet, datum 23-12-2022
- Datum
23-12-2022
- Auteur
N. van Triet
- JCDI
JCDI:ADS685321:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 23 juni 1989, ECLI:NL:HR:1989:AD0834, NJ 1991/673, AB 1989/551 (GCN/Nieuwegein). In die zaak ging het om de vraag of gewijzigde beleidsinzichten van de gemeente konden worden aangemerkt als onvoorziene omstandigheden.
Par. 8.4.
HR 24 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1957, NJ 2022/236, AB 2022/134 (Toezegging aanleg brug), rov. 3.2.1.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Aan de nakoming van een eenzijdige toezegging kan artikel 6:2 BW in de weg staan. In het kader van overeenkomsten wordt meestal een beroep gedaan op onvoorziene omstandigheden als bedoeld in artikel 6:258 lid 1 BW, een bijzondere toepassing van de derogerende werking van redelijkheid en billijkheid. De onvoorziene omstandigheden moeten van dien aard zijn dat de wederpartij naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geen ongewijzigde instandhouding van de overeenkomst mag verwachten. Van dergelijke omstandigheden is niet snel sprake: redelijkheid en billijkheid verlangen in de eerste plaats trouw aan het gegeven woord en laten afwijking daarvan slechts bij hoge uitzondering toe. Daaruit volgt dat de rechter terughoudendheid moet betrachten bij de aanvaarding van een beroep op onvoorziene omstandigheden. Vaak doet een overheid een beroep op een beleidswijziging. Volgens de Hoge Raad dient bij de beantwoording van de vraag of een beroep op onvoorziene omstandigheden door een overheid slaagt, onder andere te worden gelet op de aard van de overeenkomst, de betrokken overheidstaak en – wanneer het om een beleidswijziging gaat – de aard en het gewicht van de maatschappelijke belangen die met een beleidswijziging zijn gediend.1 Rechtspraak over dit artikel in geval van overheidsovereenkomsten toont aan dat door een overheid relatief gemakkelijk met succes een beroep op onvoorziene omstandigheden kan worden gedaan indien nakoming van de overeenkomst strijdt met de behartiging van het algemeen belang.2 Toepassing van artikel 6:258 lid 1 BW ontslaat de partij die daar een beroep op doet niet van de vermogensrechtelijke verplichtingen die uit een overeenkomst voortvloeien. Ditzelfde geldt voor een succesvol beroep op de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid van artikel 6:2 BW als grondslag om niet langer rechtsgeldige verplichtingen na te komen.3