Verbondenheid in het belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/7.3.15.2:7.3.15.2 Vergelijking met andere disciplines en rechtsgebieden
Verbondenheid in het belastingrecht (FM nr. 128) 2008/7.3.15.2
7.3.15.2 Vergelijking met andere disciplines en rechtsgebieden
Documentgegevens:
Dr. R.N.F. Zuidgeest, datum 20-11-2008
- Datum
20-11-2008
- Auteur
Dr. R.N.F. Zuidgeest
- JCDI
JCDI:ADS610242:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Deelnemingsvrijstelling
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2002/03, 28 487, nr. 7, p. 25 en 26.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Voor de regeling van de fiscale eenheid is het verbondenheidsbegrip volledig gebaseerd op financiële verbondenheid in de vorm van een kapitaalbelang. Er geldt een formeel-juridische benadering, waarbij feitelijke economische en organisatorische verbondenheid geen aandacht krijgen. In dit opzicht is er geen goede aansluiting met de materieel-economische benadering in de bedrijfseconomie, het ondernemingsrecht en het jaarrekeningenrecht. In die disciplines ligt de nadruk juist op de feitelijke organisatorische en economische verbondenheid. Overigens vraagt Dijstelbloem (1984) zich af of het concernbegrip alleen via aandelenbezit zou moeten worden geconstateerd. Het zou volgens hem ook op contractuele basis kunnen zijn gestoeld, maar hij wenst hierop niet verder in te gaan, omdat er in de praktijk te veel verschillende verschijningsvormen zijn.
In de bedrijfseconomie en het ondernemingsrecht blijkt financiële verbondenheid bovendien niet alleen uit een kapitaalbelang, maar ook uit financiële kruisverbanden in de vorm van geldleningen en aansprakelijkstellingen. Een hybride geldlening die op grond van art. 10 lid 1 onderdeel d Wet VPB 1969 als eigen vermogen wordt beschouwd, wordt voor de beoordeling van de bezitseis van de fiscale eenheid echter niet aangemerkt als een deelname in het nominaal gestorte kapitaal.1 Kok (2005) is het op basis van de door hem voorgestane formeel-juridische benadering van de fiscale eenheid eens met dit standpunt van de Staatssecretaris van Financiën. Naar mijn mening zouden hybride geldleningen bij een materieel-economische benadering juist wel moeten meetellen.
Dochtervennootschappen die als ‘voorraad’ worden aangehouden, kunnen geen onderdeel zijn van een fiscale eenheid. Met Kok ben ik van mening dat dit logisch is, omdat er ten aanzien van voorraaddochters geen sprake is van een concernrelatie. Het valt echter wel op dat op dit punt juist voor een materieel-economische invalshoek is gekozen. Bij een strikte toepassing van een formeel-juridisch criterium zou de uitzondering van voorraaddochters niet op haar plaats zijn.
Overigens bestaat in dit verband een parallel met art. 2:407 lid 1 BW, op basis waarvan vennootschappen worden uitgesloten van de consolidatie indien ten aanzien van hen is besloten dat zij zullen worden afgestoten.