De grenzen voorbij
Einde inhoudsopgave
De grenzen voorbij (NJV 2019-1) 2019/4.3.6:4.3.6 Naar mondiaal juridisch bindende afspraken over verantwoordelijkheidsverdeling?
De grenzen voorbij (NJV 2019-1) 2019/4.3.6
4.3.6 Naar mondiaal juridisch bindende afspraken over verantwoordelijkheidsverdeling?
Documentgegevens:
mr. dr. M.H.A. Strik, prof. mr. A.B. Terlouw, datum 01-05-2019
- Datum
01-05-2019
- Auteur
mr. dr. M.H.A. Strik, prof. mr. A.B. Terlouw
- JCDI
JCDI:ADS382394:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Staatsrecht / Algemeen
Internationaal publiekrecht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bovenstaande schets illustreert de tendens in de geïndustrialiseerde landen om de eigen grenzen af te sluiten voor vluchtelingen middels grenscontroles, pushbacks en afspraken met derde landen over terug- of overname (zie par. 4.3.1) en eventueel external processing. De case-study’s laten zien dat het internationale recht rechters en andere toezichthouders handvatten biedt om landen verantwoordelijk te houden te stellen. De beslissingen zijn echter niet altijd bindend en procedurele vereisten beletten hen vaak om alle betrokken landen gezamenlijk aansprakelijk te stellen. De mensenrechtelijke risico’s van externalisering vergen dat internationale afspraken over migratie, zoals grensbewaking en terug- en overname, alleen worden gemaakt met landen die het Vluchtelingenverdrag en de relevante normen van andere mensenrechtenverdragen naleven.
Externalisering van het asielbeleid zonder vluchtelingen alternatieve, legale wegen te bieden, heeft alleen maar een averechts effect. Voormalig VN-rapporteur voor de mensenrechten van migranten Crépeau concludeerde dat ze alleen maar leiden tot meer irreguliere migratie: ‘Rather than addressing the reasons behind migration, States often respond to increased migration movements by creating progressively increasing barriers to mobility, with a focus on securitization, repression and deterrent policies (…) Repressive policies and the lack of responses to push and pull factors of migration only serve to create the perfect conditions for underground labour markets and smuggling rings to flourish’.1
Tegelijkertijd zijn er met de Global Compacts stappen gezet naar een gezamenlijke oplossing voor het vluchtelingenvraagstuk. Met ondertekening van het UN Refugee Compact leggen de deelnemende landen de intentie vast om toe te werken naar een evenredige verantwoordelijkheidsverdeling. Bovendien is hiermee een structuur opgezet die waarborgt dat staten periodiek met elkaar overleggen over die verantwoordelijkheids- en lastenverdeling. Daarnaast is erkend dat de verantwoordelijkheid voor langdurige vluchtelingensituaties niet alleen door UNHCR en mensenrechtenorganisaties kan worden gedragen en dat de zorg voor vluchtelingen een taak is van de mondiale gemeenschap van staten.2 Om deze afspraken daadwerkelijk te effectueren, is het van belang dat de VN voorzien in een toezichtsmechanisme waarbij de uitvoering door staten op transparante wijze wordt gemonitord. Het risico op naming en shaming zou kunnen prikkelen tot nakoming.
De wens om soevereiniteit te behouden, weerhoudt staten er echter van om de afspraken juridisch afdwingbaar te maken. Of de Compacts daarom echt het beoogde effect krijgt, valt te betwijfelen.