Einde inhoudsopgave
Verhandelbare emissierechten in broeikasgassen (SteR nr. 34) 2017/4.4.2
4.4.2 Aanwijzing van het veilingplatform
mr. T.J. Thurlings, datum 01-08-2017
- Datum
01-08-2017
- Auteur
mr. T.J. Thurlings
- JCDI
JCDI:ADS606990:1
- Vakgebied(en)
Energierecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Artikel 26 lid 2, tweede alinea Verordening (EU) 1031/2010.
Artikel 26 leden 1 en 2 Verordening (EU) 1031/2010.
Dat via een openbare aanbesteding een privaatrechtelijke instantie wordt aangewezen als veilingplatform is met name te verklaren vanuit de rechtsgrondslag voor Verordening (EU) 1031/2010 voor zover het de algemene emissierechten betreft. Op grond van artikel 10 lid 4 Richtlijn ETS dienen de veilingen zodanig te worden opgezet dat ‘de organisatie van en deelname aan veilingen kosteneffectief is en dat onnodige administratieve kosten worden vermeden’. Een openbare aanbesteding past hier goed bij.
Contract Award notice kan gevonden worden op: http://ec.europa.eu/clima/tenders/2012/095297_en.htm (geraadpleegd op 14 februari 2017).
http://ec.europa.eu/clima/tenders/2014/208551_en.htm (geraadpleegd op 14 februari 2017).
Artikel 26 lid 4 Verordening (EU) 1031/2010.
Artikel 27 lid 1 Verordening (EU) 1031/2010.
Nederland doet mee aan het gezamenlijke veilingplatform. De Verordening voorziet in twee typen gezamenlijke platforms, genoemd in artikel 26 lid 1 resp. artikel 26 lid 2 Verordening (EU) 1031/2010. Het platform als bedoeld in artikel 26 lid 2 Verordening (EU) 1031/2010 is als een tijdelijk platform bedoeld, die veilingen verricht totdat een platform overeenkomstig artikel 26 lid 1 Verordening (EU) 1031/2010 is aangewezen.1 Beide typen platforms dienen via een openbare aanbestedingsprocedure te worden aangewezen.2
Hieruit volgt dat een veilingplatform dus privaatrechtelijk van aard is.3 Als tijdelijk overgangsplatform overeenkomstig artikel 26 lid 2 Verordening (EU) 1031/2010 was het EEX in Leipzig (Duitsland) aangewezen.4 Inmiddels is de aanbestedingsprocedure voor de aanwijzing van een platform overeenkomstig artikel 26 lid 1 Verordening (EU) 1031/2010 afgerond, waarvoor opnieuw het EEX in Leipzig (Duitsland) is aangewezen.5 Een veilingplatform wordt voor ten hoogste vijf jaar aangewezen.6 Voor de aanwijzing van een veilingplatform gelden verder de vereisten uit artikel 35 Verordening (EU) 1031/2010.
De taken van de twee typen platforms zijn beschreven in artikel 27 en artikel 28 Verordening (EU) 1031/2010. Uit een vergelijking van die bepalingen blijkt dat ten aanzien van het tijdelijke platform een ‘uitgeklede’ versie van de taken van het artikel 26 lid 1 platform (hierna: regulier platform) geldt. Voor het vervolg van dit onderzoek concentreer ik mij op de regelgeving die geldt ten aanzien van reguliere platforms. Artikel 28 kan worden geraadpleegd door diegenen die willen weten welke hier te beschrijven regelingen niet op het tijdelijke platform van toepassing zijn. Daarnaast kunnen de taken van het veilingplatform in het (privaatrechtelijke) aanwijzingscontract nader worden omschreven.7