Het nationale budgetrecht en Europese integratie
Einde inhoudsopgave
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/6.7.2:6.7.2 Een monetaire unie
Het nationale budgetrecht en Europese integratie (SteR nr. 36) 2018/6.7.2
6.7.2 Een monetaire unie
Documentgegevens:
mr. S.P. Poppelaars, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. S.P. Poppelaars
- JCDI
JCDI:ADS454078:1
- Vakgebied(en)
EU-recht / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het Delors-rapport gaat eerst in op het idee van een monetaire unie. Het noemt, wederom vrijwel gelijk aan het Werner-rapport, hiervoor drie noodzakelijke voorwaarden: 1) een totale en onomkeerbare convertibiliteit van valuta’s; 2) de complete liberalisering van het kapitaalverkeer en volledige integratie van de bankensector en andere financiële markten; en 3) de opheffing van fluctuatiemarges voor wisselkoersen en de onherroepelijke vaststelling van wisselkoersverhoudingen.1 Het rapport stelt dat aan de eerste twee criteria al is voldaan of dat hieraan zal worden voldaan via de voltooiing van de interne markt. Het onherroepelijk vaststellen van wisselkoersverhoudingen vormt echter de beslissende stap op weg naar een monetaire unie. Hierbij noemt het Delors-rapport het niet noodzakelijk, maar wel wenselijk om een gemeenschappelijke munt te gaan hanteren, net zoals het Werner-rapport al vaststelde, met name vanwege de nadruk op de onomkeerbaarheid ervan.2 De invoering van een dergelijke munt zou in de derde fase moeten plaatsvinden.3
Ook is een nieuw gemeenschapsinstituut nodig, dat de verantwoordelijkheid kan dragen voor een gemeenschappelijk monetair beleid.4 Het Delors-rapport stelt daarom voor dat er een Europees Stelsel van Centrale Banken (hierna: ESCB) wordt opgericht, bestaande uit een centrale institutie en de verschillende nationale centrale banken.5 Het ESCB moet volgens het rapport onafhankelijk zijn, prijsstabiliteit als hoofddoel hebben en het algemeen economisch beleid vanuit de gemeenschap ondersteunen. Dit stelsel zou voorts de verantwoordelijkheid dragen over de formulering en implementatie van monetair beleid, wisselkoersen, reservebeheer en het behoud van een goed functionerend betalingssysteem. Daarnaast zou het ESCB zich volgens het Delors-rapport moeten bezighouden met de coördinatie van bancair toezicht. Het ESCB zou in de tweede fase moeten worden opgericht.6
Het Delors-rapport erkent dat het overdragen van monetair beleid een grote stap is, omdat lidstaten dan niet langer zelf een middel hebben om economische onevenwichtigheden te corrigeren. Wisselkoersen zijn volgens de plannen uit het Delors-rapport in dat geval immers onherroepelijk vastgesteld, waardoor devaluaties niet langer mogelijk zijn. Toch is dit volgens het rapport een onontkoombare consequentie van de oprichting van een monetaire unie, hetgeen wegens de uitbanning van wisselkoersonzekerheid, ondanks dit nadeel, nastrevenswaardig is.7