Einde inhoudsopgave
Vastgoedtransacties in de Europese btw (FM nr. 169) 2021/4.2.2.2.2
4.2.2.2.2 Constructie
mr. dr. M.D.J. van der Wulp, datum 01-07-2021
- Datum
01-07-2021
- Auteur
mr. dr. M.D.J. van der Wulp
- JCDI
JCDI:ADS291682:1
- Vakgebied(en)
Toeslagen (V)
Omzetbelasting / Aftrek en teruggaaf
Omzetbelasting / Belastingplichtige en -schuldige
Europees belastingrecht / Belastingen EU
Omzetbelasting / Levering van goederen en diensten
Omzetbelasting / Vrijstelling
Europees belastingrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
HMRC internal manual, VAT Land and Property, nr. VATLP05400 - Exemption: what constitutes land? van 10 april 2016, laatstelijk geupdatet op 7 juli 2017. Beschikbaar op: http://www.hmrc.gov.uk/manuals/vatlpmanual/VATLP05400.htm, geraadpleegd op 2 april 2021.
In de procestaal, het Duits, gebruikt het Hof van Justitie niet het woord ‘Bauwerk’ maar het woord ‘Konstruktion’.
HR 24 december 2004, nr. 39.489, BNB 2005/124, m.nt. Bijl, r.o. 3.3.5.
HR 12 december 2014, nr. 13/01646, BNB 2015/49, m.nt. Bijl, r.o. 3.4.5.
Circulaire nr. AFZ/2001-1292-N (AFZ 24/2002-E.T. 103.009) dd. 06.12.2002, hoofdstuk 1, afdeling 2.
Het begrip ‘(bouw)werk’ in het Nederlandse civiele recht is ruimer en kan ook objecten van natuurlijke materialen omvatten, zoals een dijk, die (mede) door menselijk ingrijpen tot stand is gekomen (HR 17 december 2010, nr. 09/03735, NJ 2012/155, m.nt. Hartlief). Zie ook: P. Berkhuizen en J.C. van Straaten, ‘Wanneer onroerend voor de overdrachtsbelasting en wanneer voor de omzetbelasting?’, FBN 2019/19, p. 8.
Vgl. MvT, Kamerstukken II 1995/96, 24 703, nr. 3, p. 4 en circulaire nr. AFZ/2001-1292-N (AFZ 24/2002-E.T. 103.009) dd. 06.12.2002, hoofdstuk 1, afdeling 2.
Zoals in paragraaf 4.2.2.2.1 is opgemerkt, dient de term ‘bouwwerk’ in de Nederlandse taalversie van art. 12 lid 2, eerste volzin Btw-richtlijn te worden gelezen als constructie. In de Engelse taalversie van art. 12 lid 2, eerste volzin Btw-richtlijn luidt de definitie: “any structure fixed to the ground”. Het woord ‘structure’ kan in het Nederlands zowel vertaald worden met ‘bouwwerk’ als ‘constructie’. Het begrip ‘constructie’ heeft in het spraakgebruik een ruimere betekenis dan de term bouwwerk, omdat een constructie niet het resultaat hoeft te zijn van het bouwen. Het Verenigd Koninkrijk hanteerde in ieder geval tot en met de overgangsperiode van de Brexit (lees: tot 1 januari 2021) de onderverdeling van vast met de grond verbonden objecten in ‘structures fixed to the ground’, zoals gebouwen, muren en omheiningen, en ‘natural object fixed to the ground’, zoals bomen, heggen en planten.1 Het Engelse woord ‘structure’ duidt derhalve op een (door de mens) geconstrueerd object van levenloze grondstoffen en/of materialen, zoals steen, metaal en/of hout.
Een vergelijking met andere taalversies van de Zesde Richtlijn en de Btw-richtlijn laat zien dat de Deense, Franse en Italiaanse taalversie equivalenten hanteren van het begrip ‘constructie’ (‘konstruktion’, ‘construction’ respectievelijk ‘construzione’), terwijl de Duitse taalversie het begrip ‘Bauwerk’ hanteert. In het Maierhofer-arrest heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat uit vast met de grond verbonden constructies2 samengestelde gebouwen onroerend zijn. Hieruit volgt dat het pleit beslecht is ten faveure van de ruimere term constructie. Dat in de Engelse taalversie van art. 13ter, onderdeel b Btw-uitvoeringsverordening niet de term ‘structure’ gebruikt, maar de term ‘construction’ is hiermee in overeenstemming. Dit roept overigens wel de vraag op in hoeverre voormelde uitleg van het uniebegrip ‘gebouw’ te rijmen is met de uitleg van het uniebegrip ‘werk in onroerende staat’ in art. 14 lid 3 Btw-richtlijn op grond waarvan (vast met de grond verbonden) infrastructurele constructies, zoals havens, wegen en bruggen, niet aangemerkt worden als gebouwen (zie paragraaf 4.2.5).
In het ‘Dijkverzwarings-arrest’ heeft de Hoge Raad onder verwijzing naar het Maierhofer-arrest beslist dat het een acte clair is dat een ophoging van opgeworpen (natuurlijke) materialen als veen, zand of klei geen met de grond verbonden constructie is.3 In het Golfbaan I-arrest heeft de Hoge Raad daarop voortbordurend duidelijk gemaakt dat hetzelfde geldt voor met natuurlijke materialen (zand, klei en veen) aangebrachte glooiingen, grasvelden, perken met bomen en struiken, alsmede vijvers en sloten op een terrein dat bestemd is als golfbaan.4 Uit deze arresten is af te leiden dat (door de mens gerealiseerde) objecten van natuurlijke materialen niet als een constructie worden gezien. Dit is in overeenstemming met voormelde uitleg van het begrip ‘structure’ in het Verenigd Koninkrijk en is ook in overeenstemming met de uitleg van het begrip ‘bouwwerk’ in België dat uitsluitend objecten omvat die gemaakt zijn van grondstoffen, zoals beton en asfalt, of van materialen, zoals buizen, palen en vloerstenen5.6
Naar mijn mening is voormelde uitleg van het begrip ‘constructie’ richtlijnconform. Voor een constructie is – de naam zegt het al – een (door de mens) geconstrueerd object nodig van levenloze grondstoffen en/of materialen, zoals steen, metaal en/of hout. Het begrip ‘constructie’ omvat een grote verscheidenheid aan objecten. Hierbij kan gedacht worden aan (vakantie)woningen, omheiningsmuren, schuren, garages, bedrijfsgebouwen, kerkgebouwen, moskeeën, infrastructurele werken (bijv. wegen, rails, pleinen, bruggen, tunnels, viaducten, aquaducten, stuwdammen, sluizen, (lucht)havens, geasfalteerde parkeerterreinen en -plaatsen en windmolens), culturele werken (bijv. monumentale erebogen en standbeelden), stadions, atletiekbanen en kunstgrasvelden.7