Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving (SteR nr. 1) 2010/II.4.3.1:II.4.3.1 Gezag van gewijsde
Rechtsgevolgen van toetsing van wetgeving (SteR nr. 1) 2010/II.4.3.1
II.4.3.1 Gezag van gewijsde
Documentgegevens:
Joost Sillen, datum 01-07-2010
- Datum
01-07-2010
- Auteur
Joost Sillen
- JCDI
JCDI:ADS591919:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Net als uitspraken van ‘gewone’ rechters verkrijgt het dictum van een arrest van het Bundesverfassungsgericht gezag van gewijsde en bindt het procespartijen. Het Bundesverfassungsgerichtsgesetz zwijgt echter, zoals gezegd, over dat rechtsgevolg. Het Hof leidt het bestaan daarvan echter af uit zijn kwaliteit als rechter.1 De betekenis van dat gezag van gewijsde voor dit onderzoek is niet groot. Het verbiedt de rechter slechts kennis te nemen van een nieuw geschil tussen dezelfde procespartijen over hetzelfde voorschrift.2