Einde inhoudsopgave
RvdW 2025/974
Verordening Rome III. Begrip ‘gewone verblijfplaats’ van de echtgenoten in de zin van art. 8 aanhef en onder a) en b); diplomatieke status van een der echtgenoten.
HvJ EU 20-03-2025, ECLI:EU:C:2025:197 (Lindenbaumer)
- Instantie
Hof van Justitie van de Europese Unie
- Datum
20 maart 2025
- Magistraten
C. Lycourgos, S. Rodin, N. Piçarra, O. Spineanu-Matei, N. Fenger
- Zaaknummer
C-61/24
- Conclusie
A-G M. Campos Sánchez-Bordona
- Roepnaam
Lindenbaumer
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Europees personen- en familierecht
Internationaal privaatrecht / Conflictenrecht
Internationaal publiekrecht / Diplomatiek en consulair recht
- Brondocumenten
ECLI:EU:C:2025:197, Uitspraak, Hof van Justitie van de Europese Unie, 20‑03‑2025
- Wetingang
Art. 8 Verordening (EU) nr. 1259/2010 (Verordening Rome III)
Essentie
DL tegen PQ.
Verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens art. 267 VWEU, ingediend door het Bundesgerichtshof (Duitsland) bij beslissing van 20 december 2023.
Verordening Rome III. Begrip ‘gewone verblijfplaats’ van de echtgenoten in de zin van art. 8 aanhef en onder a) en b); diplomatieke status van een der echtgenoten.
Art. 8 aanhef en onder a) en b) Verordening Rome III, moet aldus worden uitgelegd dat de status van diplomatieke ambtenaar van een der echtgenoten en zijn toewijzing aan een standplaats in de ontvangende staat zich er in beginsel tegen verzetten dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.