Beheer van familievermogen door middel van certificering
Einde inhoudsopgave
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.6.2.3:2.6.2.3 Continuïteitsmotief versus veranderende omstandigheden: flexibiliteit van beheerstructuur
Beheer van familievermogen door middel van certificering (AN nr. 185) 2024/2.6.2.3
2.6.2.3 Continuïteitsmotief versus veranderende omstandigheden: flexibiliteit van beheerstructuur
Documentgegevens:
mr. A.M. Steegmans, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
mr. A.M. Steegmans
- JCDI
JCDI:ADS958043:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hoe strikter en vastomlijnder de beheerstructuur is opgezet ten dienste van de continuïteit, hoe groter de kans dat de structuur op een gegeven moment niet meer goed past bij, onverwachte, veranderingen die zich in latere generaties voordoen. Een estate planner zegt hierover:
“Hetzelfde geldt natuurlijk voor een afgezonderd particulier vermogen. Natuurlijk is het mooi om een instituut te hebben wat het belang van de familie ja … waarborgt. En wat ook van generatie op generatie in stand blijft. Maar de vraag is wel hoeveel hebben we daar nog aan als we vier, vijf generaties verder zijn. Heeft het dan nog de bedoeling die je ooit erachter had gezocht?”
Bij het motief continuïteit dient een evenwicht te worden gezocht tussen de bestendigheid van de beheerstructuur aan de ene kant en de veranderende omstandigheden aan de andere kant. Er moet sprake zijn van enige flexibiliteit om de beheerstructuur te kunnen aanpassen aan veranderende omstandigheden.
Uit de interviews volgt dat bij de rechthebbenden die vanwege continuïteit tot beheer willen overgaan in veel gevallen ook het besef aanwezig is dat ze niet tot in de eeuwigheid over hun graf heen kunnen blijven regeren. Op een gegeven moment is het aan de eerste of tweede opvolgende generatie om te bekijken hoe er met het vermogen dient te worden omgegaan. Een structuur zou daarbij ondersteunend moeten kunnen functioneren in die zin dat die aan de veranderende omstandigheden kan worden aangepast. Bij families waarbij vermogensbestanddelen al meerdere generaties in de families aanwezig zijn, lijkt ook het vertrouwen aanwezig te zijn dat de volgende generaties zich voor het behoud van het vermogen zullen blijven inzetten. In die gevallen hoeft een beheerstructuur voor de continuïteit een minder prominente rol te vervullen en kan de mate van flexibiliteit van een structuur toenemen.