Wie heeft de leiding?
Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/4.3.3:4.3.3 Artikel 691 ZGB
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/4.3.3
4.3.3 Artikel 691 ZGB
Documentgegevens:
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS616179:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Artikel 691 ZGB houdt het Leitungsbaurecht in en is een van de drie artikelen op het gebied van de Notrechte, dat onderdeel uitmaakt van het Zwitserse burenrecht. Naast de noodleiding, bestaat ook de noodweg en de noodbron. In artikel 691 ZGB is bepaald:
Jeder Grundeigentümer ist gehalten die Durchleitung von Brunnen, Drainierrahren, Gasrahren u. dgl. Sowie von elektrischen ober- oder unterirdischen Leitungen gegen vorgdngigen vollen Ersatz des dadurch verursachten Schadens zu gestatten, insofern sich die Leitung ohne Inanspruchnahme seines Grundstackes gar nicht oder nur mit unverhaltnismassigen Kosten durchführen ldsst.
Dass Recht auf Durchleitung aus Nachbarrecht kann in den Rillen nicht beansprucht werden, in denen das kantonale Recht oder das Bundesrecht auf den Weg der Enteignung verweist.
Solche Durchleitungen werden, wenn es der Berechtigte verlangt, auf Seine Kosten in das Grundbuch eingetragen.
Genoemd artikel verplicht de grondeigenaar in (een) bijzondere noodsituatie(s) én tegen vooraf toegezegde schadeloosstelling, leidingen op of onder zijn percelen te gedogen. De noodsituatie moet daaruit bestaan dat wanneer géén beroep op de betreffende grond van de grondeigenaar gedaan wordt de (door)geleiding van de leiding niet of alleen tegen buitenproportionele kosten kan plaatsvinden. De plicht om op basis van artikel 691 ZGB (door)geleiding van leidingen te dulden betreft niet alleen de direct aangrenzende naburige percelen, maar ook percelen die in een zekere omtrek rondom het leidingtraject liggen. Wat die omtrek feitelijk is of wat de grootte daarvan is, hangt af van de omstandigheden van het geval. In ieder geval zullen leidingen van enkele kilometers niet (meer) onder het bereik van artikel 691 ZGB vallen. Het recht van noodleiding is immers onderdeel van het burenrecht en als dit recht wordt aangewend voor kilometers lange leidingen wordt aan het karakter van het burenrecht geweld gedaan. Dit recht van noodleiding zal daarom in de regel kleine(re) leidingen betreffen, bijvoorbeeld een riolering in een bepaalde straat die noodzakelijkerwijs ook gedeeltelijk door privégronden moet lopen. Het recht van noodleiding ontstaat door een (Dienstbarkeit)overeenkomst of door een uitspraak daartoe in een vonnis; inschrijving in het Grundbuch is niet vereist.1 Wanneer de gerechtigde tot de noodleiding dit echter verlangt, kan hij het recht van noodleiding (op eigen kosten) inschrijven. De eigendom van de noodleiding over andermans grond zal in de regel, analoog aan het eerste lid van artikel 676 ZGB, toebehoren aan de gerechtigde tot de noodleiding.
Naast het recht van de grondeigenaar op volledige schadeloosstelling, kan hij ook aanspraak maken op de rechten zoals verwoord in artikel 692 en 693 ZGB, te weten het recht dat rekening wordt gehouden met zijn (eigendoms)belangen; het recht om — wanneer dit gerechtvaardigd is — het gedeelte van de grond waarover een bovengrondse leiding loopt tegen volledige schadeloosstelling over te dragen en het recht om verlegging van de noodleiding te verlangen op kosten van de gerechtigde wanneer de omstandigheden veranderen. Wanneer tussen de grondeigenaar en de gerechtigde tot de noodleiding een geschil bestaat over bijvoorbeeld de hoogte van de schadeloosstelling dan is het recht van de betreffende deelstaat van toepassing. Indien wordt geoordeeld dat op grond van artikel 691 ZGB geen recht op noodleiding bestaat en partijen kunnen het in privaatrechtelijke zin conform artikel 676 ZGB ook niet eens worden over een Durchleitungsdienstbarkeit, dan staat er geen weg meer open om een leiding in andermans grond af te dwingen.
Het recht van noodleiding kan volgens het tweede lid van artikel 691 ZGB niet worden ingeroepen wanneer wetgeving op deelstaat of staats niveau onteigening van de grond voorschrijven. In die situatie wordt, in overeenstemming met het Nederlandse recht, de staat of deelstaat eigenaar van het perceel of een gedeelte van een perceel dat nodig is voor (door)geleiding van de leiding, tegen volledige schadeloosstelling van de (voormalige) grondeigenaar. Wanneer overigens aan alle voorwaarden voor onteigening, conform deelstaat of staats niveau, wordt voldaan, is het nog wel mogelijk om op grond van artikel 676 ZGB een Dienstbarkeitsvertrag (in privaatrechtelijke zin) overeen te komen. Dit kan ook nog wanneer een beroep op het recht van noodleiding in een eerdere fase al uitdrukkelijk is afgewezen.2