Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/4.3.1
4.3.1 Algemeen
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS616186:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
BGE 123 11 494 f.
BGE 119 Ia 397 ff., 132 BI 353 ff.
De grondeigenaar heeft bijvoorbeeld belang bij een kelder, een ondergrondse parkeergarage, maar inmiddels ook bij een boorgat voor aardwarmte.
Personaldienstbarkeiten kunnen weer onderscheiden worden in a) Regulare Personaldienstbarkeiten (de Dienstbarkeit is verknocht aan de gerechtigde persoon, bijvoorbeeld het Wohnrecht, vergelijkbaar met het recht van gebruik en bewoning, conform artikel 3:226 BW) en b) Irregulare Personaldienstbarkeiten (de Dienstbarkeit is niet verknocht aan de gerechtigde persoon; het recht is overdraagbaar of vererfbaar, bijvoorbeeld het Bau- of Quellenrecht).
Het Zwitserse recht bevat, evenals het Nederlandse recht, bepalingen over de omvang van de grondeigendom. In het eerste lid van artikel 667 ZGB is de omvang van de eigendom in verticale zin geregeld: 'Das Eigentum an Grund und Boden erstreckt sich nach oben und unten auf den Luftraum und das Erdreich, soweitftir die AusUbung des Eigentums ein Interesse besteht.' In het Zwitserse recht (maar ook in het Duitse recht, zoals hierna blijkt) is de grondeigenaar eigenaar van de ondergrond als ook van het luchtruim boven de grond. In het Nederlandse recht is dit net even anders geregeld. De (Nederlandse) grondeigenaar is wel eigenaar van de ondergrond (artikel 5:20, eerste lid BW), maar heeft ten aanzien van het luchtruim boven de grond een recht van (exclusief) gebruik (artikel 5:21 BW). In praktische zin maakt het echter niet uit of men eigenaar is van het luchtruim boven de grond of dat men een exclusief gebruiksrecht op die luchtkolom heeft. Zodra de eigenaar of exclusieve gebruiker geen belang meer heeft om zich te verdedigen tegen een inbreuk door een ander in de luchtkolom, zal de eigendom of het gebruiksrecht met betrekking tot de luchtkolom begrenst zijn. Het belang dat de (Zwitserse) grondeigenaar kan hebben, kan zowel een positief (beheersdaden) als een negatief (niet dulden) belang zijn. Volgens Zwitserse rechtspraak heeft een grondeigenaar met betrekking tot het luchtruim1 nog een belang bij ca. 75-100 meter boven de grond, maar geen belang meer bij 600 meter boven de grond. Met betrekking tot de ondergrond2 heeft de eigenaar een belang zolang de eigenaar die ondergrond nog kan beheersen (of: bedwingen).3 In tegenstelling tot het Nederlandse recht is in artikel 668 ZGB ook iets geregeld ten aanzien van de horizontale omvang van de eigendom:
Die Grenzen werden durch die Grundbuchplane und durch die Abgrenzungen auf dem Grundstucke selbst angegeben.
Widersprechen sich die bestehenden Grundbuchplane und die Abgrenzungen, so wird die Richtigkeit der Grundbuchplane vermutet.
In het tweede lid van artikel 667 ZGB is het `Akzessionsprinzip' geregeld: Es [das Eigentum an Grund und Boden] umfasst unter Vorbehalt der gesetzlichen Schranken alle Bauten und Pflanzen sowie die Quellen. Volgens Zwitsers recht worden gebouwen, planten en bronnen die zich op of in de grond bevinden nagetrokken door de eigendom van de grond, behoudens wettelijke uitzonderingen. Ten aanzien van gebouwen zijn als wettelijke uitzonderingen te noemen het Uberbaurecht (artikel 674 ZGB), het Baurecht (artikelen 675, 779 ff. ZGB), het Durchleitungsrecht (artikel 676 ZGB) en de Fahrnisbauten (artikel 677 ZGB). Deze uitzonderingen zijn te omschrijven als zakelijke rechten die gelijkenis vertonen met het Nederlandse opstalrecht en ook met het recht van erfdienstbaarheid. Deze zakelijke rechten worden Dienstbarkeiten (artikel 730 e.v. ZGB) genoemd.
In beginsel ontstaat een Dienstbarkeit door een (geldige) wijze van verkrijging (`Erwerbsgrunde') in de vorm van een overeenkomst, een vonnis e.d., gevolgd door inschrijving in het Grundbuch (grondregistratie of kadaster). Een Dienstbarkeit kan zowel een Grunddienstbarkeit zijn als een Personaldienstbarkeit. Wanneer een perceel van een ander belast wordt ten voordele van een ander perceel, spreekt men van een Grunddienstbarkeit. Indien een perceel van een ander belast wordt ten voordele van een bepaalde persoon, spreekt men van een Personaldienstbarkeit.4 Bij beide vormen geldt dat de eigenaar van het belaste perceel iets moet dulden of nalaten. Met betrekking tot leidingen (in de grond van een ander) kan zowel een Grunddienstbarkeit als een Personalsdienstbarkeit worden gevestigd.