Einde inhoudsopgave
Overeenkomst tot arbitrage (BPP nr. 13) 2011/3.3.4.1
3.3.4.1 Inleiding
Mr. G.J. Meijer, datum 20-07-2011
- Datum
20-07-2011
- Auteur
Mr. G.J. Meijer
- JCDI
JCDI:ADS502244:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. wederom EHRM 23 mei 1991 (Oberschlick/Oostenrijk),NJ 1992, 456, § 51, m.nt. EID waarin het Europese Hof oordeelt dat '(...) waiver of a right guaranteed by the Convention — in so far as it is permissible — must be established in an unequivocal mimer (...).' [cursief toegevoegd].
Zie ook EHRM 23 februari 1999 (Suovaniemi/Finland), Application No. 31737/96 (www.echr.coe. int): 'Waiver may be permissible with regard to certain rights but not with regard to certain others. A distinction may have to be made even between different rights guaranteed by Article 6.'.
Als bepaalde waarborgen van art. 6 EVRM ook voor arbitrage van toepassing blijven, is het de vraag welke (resterende) waarborgen van art. 6 EVRM blijven gelden. En, als wij van doen hebben met een bepaalde waarborg die "blijft gelden", zal het tevens gaan om de vraag in welke mate zulks geschiedt. Wij hebben immers gezien dat bepaalde waarborgen niet onverkort van toepassing blijven (zie 3.3.2).1 Of bepaalde waarborgen van art. 6 EVRM niet, althans niet onverkort, in arbitrage van toepassing blijven, zal hoogstwaarschijnlijk van geval tot geval moeten worden vastgesteld. Niettemin meen ik dat het mogelijk is, dit mede op grond van de Europese jurisprudentie, in algemene termen een indicatie te geven.2
Thans zal ik bij elk van de resterende waarborgen van art. 6 EVRM bezien of daarvan — en zo ja, in welke mate — met arbitrage afstand wordt gedaan en/of kan worden gedaan. Daarbij komen de volgende waarborgen aan de orde: het recht op een onafhankelijk en onpartijdig gerecht (3.3.4.2), het recht op openbare behandeling en uitspraak (3.3.4.3), het recht op een behandeling van de zaak binnen een redelijke termijn (3.3.4.4) en het recht op een eerlijke behandeling van de zaak (3.3.4.5).