De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/5.2.9.3:5.2.9.3 Rechtsvergelijking
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/5.2.9.3
5.2.9.3 Rechtsvergelijking
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS397168:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Lambert-Faivre & Leveneur, nr. 854.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Dat het wat betreft de sancties ook anders kan toont de Franse regeling. De Code des assurances roept een gedetailleerd regime in het leven dat de verzekeraar ertoe moet bewegen niet alleen tijdig te reageren, maar ook snel een toereikend aanbod te doen en dat daadwerkelijk uit te betalen. Zie de volgende artikelen:
"L211-9
Quelle que soit la nature du dommage, dans le cas ou la responsabilité n'est pas contestée et ou le dommage a été entièrement quantifié, l'assureur qui garantit la responsabilité civile du fait d'un véhicule terrestre à moteur est tenu de présenter ez la victime une offre d'indemnité motivée dans le délai de trois mois à compter de la demande d'indemnisation qui lui est présentée. Lorsque la responsabilité est rejetée ou n'est pas clairement établie, ou lorsque le dommage n'a pas été entièrement quantifié, l'assureur doit, dans le méme délai, donner une réponse motivée aux éléments invoqués dans la demande.
Une offre d'indemnité doit être faite ez la victime qui a subi une atteinte ez sa personne dans le délai maximum de huit mois à compter de !'accident. En cas de décès de la victime, l'offre est faite à ses héritiers et, s'il y a lieu, à son conjoint. L'offre comprend alors tous les éléments indemnisables du préjudice, y compris les éléments relatifs aux dometages aux Wens lorsqu'ils n'ont pas fait l'objet d'un règlement préalable.
Cette offre peut avoir un caractère provisionnel lorsque l'assureur n'a pas, dans les trois mois de !'accident, été informé de la consolidation de l'état de la victime. L'offre définitive d'indemnisation doit alors étre faite dans un délai de cinq mois suivant la date ez laquelle l'assureur a été informé de cette consolidation.
En tout état de cause, le délai le plus favorable ez la victime s'applique.
En cas de pluralité de véhicules, et s'il y a plusieurs assureurs, l'offre est faite par l'assureur mandaté par les autres."
"L211-13
Lorsque l'offre n'a pas été faite dans les délais impartis à l'article L 211-9, le montant de l'indemnité offerte par l'assureur ou allouée par le juge ez la victime produit intérêt de plein droit au double du taux de l'intérêt légal à compter de l'expiration du délai et jusqu'au jour de l'offre ou du jugement devenu définitif. Cette pénalité peut être réduite par le juge en raison de circonstances non imputables l'assureur."
"L211-14
Si le juge qui fixe l'indemnité estime que l'offre proposée par l'assureur était manifestement insuffisante, il condamne d'office l'assureur ez verser au fonds de garantie prévu par l'article L 421-1 une somme au plus égale ez 15 de l'indemnité allouée, sans préjudice des dommages et intérêts dus de ce fait ez la victime."
"L211-17
Le paiement des sommes convenues doit intervenir dans un délai d'un mois après l'expiration du délai de dénonciation fixé à l'article L 211-16. Dans le cas contraire, les sommes non versées produisent de plein droit intérêt au taux légal majoré de moitié durant deux mois, puis, à l'expiration de ces deux mois, au double du taux légal."
"L211-18
En cas de condamnation résultant d'une décision de justice exécutoire, même par provision, le taux de l'intérêt légal est majoré de 50 l'expiration d'un délai de deux mois et il est doublé ez l'expiration d'un délai de quatre mois à compter du jour de la décision de justice, lorsque celle-ci est contradictoire et, dans les autres cas, du jour de la notification de la décision."
Kort samengevat: de verzekeraar dient binnen drie maanden na het verzoek om schadevergoeding - als aansprakelijkheid en schade vaststaan - dan wel - in geval van letsel of overlijden - binnen acht maanden na het ongeval een aanbod te doen, dan wel gemotiveerd aan te geven waarom dat niet mogelijk is of waarom hij aansprakelijkheid afwijst. Het aanbod kan een voorlopig karakter hebben als het letsel nog niet geconsolideerd is. Overschrijding van deze termijnen leidt tot verdubbeling van de anders geldende wettelijke rente. Het doen van een duidelijk ontoereikend aanbod leidt tot een veroordeling van de verzekeraar om een bedrag van 15% van de schadevergoeding waartoe de verzekeraar wordt veroordeeld in de kas van het Fonds de Garantie te storten.
Vertraging in de uitbetaling van de overeengekomen of bij vonnis onherroepelijk vastgestelde schadevergoeding resulteert eveneens in verhoging van de verschuldigde vertragingsrente.
Kritiek is kennelijk zelfs op deze, in vergelijking met de Nederlandse zeer strenge, regeling mogelijk: zij houdt er naar de opvatting van Lambert-Faivre & Leveneur onvoldoende rekening mee dat de benadeelde in een zwakkere onderhandelingspositie verkeert dan de verzekeraar, die de kennis in huis heeft. Eventuele kosten die de gewonde benadeelde moet maken om zijn belangen te behartigen, zoals die van een advocaat of van een eigen medisch adviseur, worden niet als schadeposten erkend.1
Ook de Belgische wetgeving gaat verder dan de Nederlandse. De verzekeraar die niet binnen drie maanden een gemotiveerd regelingsbod doet of een voorschot aanbiedt wordt - bovenop de gewone compensatoire interessen - een extra vertragingsrente (gelijk aan de wettelijke intrestvoet) verschuldigd. Wordt aansprakelijkheid of toepasselijkheid van art. 29bis Wam, dan wel de schade betwist of is de schade niet gekwantificeerd of kwantificeerbaar en geeft de verzekeraar binnen drie maanden geen met redenen omkleed antwoord, dan verbeurt hij een bedrag van € 250 per dag, te rekenen vanaf de dag dat de benadeelde de verzekeraar in gebreke stelt, dan wel het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds de verzekeraar ervan op de hoogte stelde dat een verzoek tot schadevergoeding bij hem is ingediend tot aan de dag dat de verzekeraar gemotiveerd heeft geantwoord.
Zie voor een en ander art. 13 en 14 Belgische Wam.
In Duitsland is een met de Nederlandse vergelijkbare uitwerking gekozen. Zie § 3aPflVG:
"(1) Macht der Dritte den Anspruch nach § 115 Abs. 1 des Versicherungsvertragsgesetzes geltend, gelten darüber hinaus die folgenden Vorschriften:
1. Der Versicherer oder der Schadenregulierungsbeauftragte haben dem Dritten unverzüglich, spätestens innerhalb von drei Monaten, ein mit Gründen versehenes Schadenersatzangebot vorzulegen, wenn die Eintrittspflicht unstreitig ist und der Schaden beziffert wurde, oder eine mit Gründen versehene Antwort auf die in dem Antrag enthaltenen Darlegungen zu erteilen, sofern die Eintrittspflicht bestritten wird oder nicht eindeutig feststeht oder der Schaden nicht vollständig beziffert worden ist. Die Frist beginnt mit Zugang des Antrags bei dem Versicherer oder dem Schadenregulierungsbeauftragten.
2. Wird das Angebot nicht binnen drei Monaten vorgelegt, ist der Anspruch des Dritten mit dem sich nach § 288 Abs. 1 Satz 2 des Bürgerlichen Gesetzbuchs ergebenden Zinssatz zu verzinsen. Weitergehende Ansprüche des Dritten bleiben unberührt."