Fiscaal overgangsbeleid
Einde inhoudsopgave
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/4.2.3:4.2.3 Invloed van de economische en publieke dimensie
Fiscaal overgangsbeleid (FM nr. 131) 2009/4.2.3
4.2.3 Invloed van de economische en publieke dimensie
Documentgegevens:
dr. M. Schuver-Bravenboer, datum 01-02-2009
- Datum
01-02-2009
- Auteur
dr. M. Schuver-Bravenboer
- JCDI
JCDI:ADS412593:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Algemene rechtsbeginselen en abbb
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Staatsrecht / Wetgeving
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In par. 4.2.2 heb ik het rechtstheoretische kader geschetst voor de ontwikkeling van specifieke eisen ten aanzien van de vorming van overgangsrecht. Indien de toepassing van deze eisen echter enkel vanuit een zuiver juridisch perspectief zou plaatsvinden, zouden economisch beschouwd suboptimale resultaten kunnen worden bereikt.
In Amerikaanse literatuur is een levendige discussie gevoerd over de invloed van economische effecten en private en publieke belangen op overgangssituaties. In een eerdere publicatie heb ik een overzicht gegeven van de Amerikaanse opvattingen op dit punt.1 Een belangrijk deel van de betrokken auteurs gaat uit van een utilitaristische visie. Een utilitarist streeft ernaar de maatschappelijke welvaart te maximaliseren, zonder hierbij rekening te houden met individuele rechten. Persoonlijke voorkeuren spelen derhalve geen rol; alleen de som van de individuele nutscurves is bepalend.2 Vanuit deze visie beredeneerd, is het treffen van overgangsmaatregelen bij wetswijzigingen vaak niet nodig. Het streven is immers dat de overgang van de oude naar de nieuwe regel zodanig wordt vormgegeven dat de som van de voordelen van de wetswijziging – inclusief het beoogde overgangsregime – de som van de nadelen overtreft. Indien de wetswijziging per saldo reeds tot een welvaartsverbetering leidt, kan een begunstigende overgangsmaatregel in de utilitaristische visie achterwege blijven, ongeacht of een overgangsmaatregel uit oogpunt van rechtvaardigheid gewenst is. In een democratische verzorgingsstaat is deze utilitaristische visie evenwel niet houdbaar.3 In een democratische verzorgingsstaat wordt steeds een afweging gemaakt tussen private en publieke belangen. Enerzijds wordt belang gehecht aan rechtszekerheid en anderzijds speelt ook steeds mee dat een begunstigende overgangsmaatregel voor de ene groep belastingplichtigen indirect moet worden betaald door een andere groep. Andere belastingplichtigen kan evenwel slechts worden gevraagd om een overgangsregime te financieren als er belastingplichtigen zijn die daadwerkelijk nadeel ondervinden van de wetswijziging. Vanuit oogpunt van publiek belang is het dan onwenselijk dat belastingplichtigen ongewenste voordelen behalen.
Naast de rol van het publieke belang is in de Amerikaanse literatuur ook gewezen op de rol van economische effecten van wetswijzigingen. Deze economische effecten hebben betrekking op de wijze waarop belastingplichtigen met te verwachten veranderingen omgaan. In par. 5.2.2 zal ik nader uitwerken dat er enerzijds onder bepaalde omstandigheden mogelijkheden voor belastingplichtigen zijn om het nadeel dat zij van een wetswijziging zullen ondervinden geheel of gedeeltelijk te voorkomen. Anderzijds kunnen belastingplichtigen ook voordeel behalen bij een wetswijziging indien zij op een juiste manier op de te verwachten verandering inspelen (par. 8.2.2.1). Het treffen van een overgangsmaatregel op basis van louter juridisch ingevulde eisen, is dan niet in het publieke belang, aangezien dan nadelen worden vergoed die voorkomen hadden kunnen worden of ongewenste voordelen kunnen worden behaald. Om deze reden is het van belang om bij de invulling van de beginselen van behoorlijk overgangsbeleid niet alleen rekening te houden met juridische aspecten doch ook de invloed van de economische en publieke dimensie mee te nemen.