Het algemene opschortingsrecht
Einde inhoudsopgave
Het algemene opschortingsrecht (R&P nr. CA27) 2024/8.3.1:8.3.1 Inleiding
Het algemene opschortingsrecht (R&P nr. CA27) 2024/8.3.1
8.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
G.J. Boeve, datum 01-02-2024
- Datum
01-02-2024
- Auteur
G.J. Boeve
- JCDI
JCDI:ADS950345:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ter beantwoording van de centrale vraag heb ik onderzocht wat de vereisten van het algemene opschortingsrecht zijn en wanneer daaraan is voldaan. Voor opschortingsbevoegdheid op grond van artikel 6:52 lid 1 BW is vereist dat tussen de opeisbare vordering van de schuldenaar op zijn wederpartij en zijn opeisbare verbintenis jegens die wederpartij voldoende samenhang bestaat om de betreffende opschorting te rechtvaardigen. Ten tijde van het beroep op het algemene opschortingsrecht moeten beide partijen ook tot nakoming van hun respectieve verbintenissen in staat zijn. Deze vereisten werk ik hierna uit. Daarbij maak ik onderscheid tussen enerzijds de andere vereisten dan het vereiste van voldoende samenhang tussen de verbintenissen over en weer om opschorting te rechtvaardigen (§ 8.3.2) en anderzijds het samenhangcriterium, dat het centrale vereiste vormt (§. 8.3.3).