Einde inhoudsopgave
Exoneraties in (ICT-) contracten tussen professionele partijen (R&P nr. 141) 2006/3.3
3.3 Ongeclausuleerde exoneratie
Mr. T.J. de Graaf, datum 15-05-2006
- Datum
15-05-2006
- Auteur
Mr. T.J. de Graaf
- JCDI
JCDI:ADS409130:1
- Vakgebied(en)
Informatierecht (V)
Verbintenissenrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie bijvoorbeeld C.E. Drion 2001a, p. 37; Driessen & Mancosu 2001, p. 93; C.E. Drion 2001b, P. 95.
Aldus Van Wechem & Wissink 2002, p. 17 over HR 12 december 1997, NJ 1998, 208 (cond. A-G Hartkamp; Stein/Driessen).
HR 7 december 2001, JOR 2002, 44 (concl. A-G De Vries Lentsch-Kostense; GeerisNan Beusekom).
Krans & Tjong Tjin Tai 2002, p. 32.
Anders Asser/Hartkamp 2004 (44), nr. 343 die betoogt dat, hoewel van een automatisme geen sprake is, partiële nietigheid wel kan leiden tot splitsing van een gedeelte dat nietig is c.q. vernietigd kan worden en een gedeelte dat geldig is.
Dit brengt mij tot de vraag naar de geldigheid van een ongeclausuleerde aansprakelijkheidsuitsluiting ('wij zijn niet aansprakelijk voor enige schade' zonder de gebruikelijke toevoeging 'behoudens opzet of bewuste roekeloosheid van ons of onze bedrijfsleiding').
In het verleden bestond discussie over de vraag of het noodzakelijk was de zinsnede ', tenzij sprake is van eigen opzet of bewuste roekeloosheid of opzet of bewuste roekeloosheid van onze bedrijfsleiding' toe te voegen aan een ongeclausuleerde aansprakelijkheidsuitsluiting.1 Voorzover de Hoge Raad aan die onzekerheid al geen einde maakte in het arrest Stein/Driessen,2 doet hij dit door in het arrest Geeris /Van Beusekom een arrest te bekrachtigen waarin het Hof als volgt oordeelt over de opvatting van de Rechtbank dat geen beroep mag worden gedaan op een ongeclausuleerde aansprakelijkheidsuitsluiting in algemene voorwaarden omdat daarmee tevens aansprakelijkheid voor eigen opzet en bewuste roekeloosheid wordt uitgesloten:
'De bepaling is weliswaar zo geformuleerd dat iedere aansprakelijkheid wordt uitgesloten doch zulks brengt op zichzelf nog niet mede dat Van Beusekom een beroep op het beding moet worden ontzegd. Dat zou slechts anders kunnen zijn indien het beding met zoveel woorden de aansprakelijkheid voor schade in geval van opzet of grove schuld mede zou uitsluiten. Daar komt bij dat Geeris aan haar vordering niet ten grondslag heeft gelegd dat de door haar gestelde schade het gevolg is van opzet of grove schuld van Van Beusekom ...'3
Het Hof geeft duidelijk aan dat het feit dat een aansprakelijkheidsuitsluiting iedere aansprakelijkheid uit sluit op zichzelf nog niet betekent dat de leverancier een beroep op het beding moet worden ontzegd. Daarvoor is kennelijk nodig dat de exoneratie aansprakelijkheid voor opzet of grove schuld nadrukkelijk zou uitsluiten of in het betreffende geval de schade een gevolg is van opzet of grove schuld.
In deze zaak heeft de afnemer niet betoogd (of niet kunnen betogen, zie 2.2) dat de betreffende aansprakelijkheidsuitsluiting in de algemene voorwaarden onredelijk bezwarend is. Dit geeft Krans en Tjong Tjin Tai aanleiding tot voorzichtigheid te manen.4 Zij menen niet uit te kunnen sluiten dat een ongeclausuleerde aansprakelijkheidsuitsluiting toch door toetsing aan de goede zeden (art. 3:40 BW) of de onredelijk bezwarendheidstoets (art. 6:233 sub a BW) onderuit gaat. Partiële nietigheid ex art. 3:41 BW noch conversie ex art. 3:42 BW bieden huns inziens een hulpmiddel de nietige althans vernietigde clausule alsnog voor een gedeelte geldig te laten zijn.5 Met deze redenering ben ik het niet eens. Er is mijns inziens geen plaats voor een afzonderlijke toetsing aan de goede zeden (art. 3:40 BW). De Hoge Raad toetst sinds 1967 exoneraties alleen aan art. 6:248 lid 2 BW (zie 2.1). En omdat de onredelijk bezwarendheidstoets niet repressiever is dan de toets van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, zal een exoneratie die niet onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid (art. 6:248 lid 2 BW), evenmin onderuit kunnen gaan via de onredelijk bezwarendheidstoets (art. 6:233 sub a BW) (zie 2.2). De door Tjong Tjin Tai en Krans bepleitte voorzichtigheid is dus mijns inziens niet nodig.
Uit het voorgaande volgt dat een ongeclausuleerde aansprakelijkheidsuitsluiting geldig is. Vervolgens rijst de vraag onder welke omstandigheden de aansprakelijkheidsuitsluiting buiten toepassing moet blijven omdat dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Aangezien partijen door een ongeclausuleerde aansprakelijkheidsuitsluiting overeen te komen beogen de aansprakelijkheid van de leverancier zo veel mogelijk uit te sluiten, moet een eventuele uitzondering voor eigen opzet of bewuste roekeloosheid op de hoofdregel ('wij zijn niet aansprakelijk') zo beperkt mogelijk worden uitgelegd. Wat in ieder geval niet mag is een aansprakelijkheidsuitsluiting voor opzet of bewuste roekeloosheid van de leverancier of diens bedrijfsleiding. Dat is dus de uitzondering op de hoofdregel die er bij een ongeclausuleerde aansprakelijkheidsuitsluiting moet worden 'bijgedacht'. Kortom, een ongeclausuleerde aansprakelijkheidsuitsluiting ('wij zijn niet aansprakelijk voor enige schade'), zal dus altijd gelezen moeten worden als 'wij zijn niet aansprakelijk voor enige schade, behoudens in geval van opzet of bewuste roekeloosheid van ons of onze bedrijfsleiding'. De leverancier is ingeval van een ongeclausuleerde exoneratie dus niet aansprakelijk voor anderen dan zichzelf of zijn bedrijfsleiding, bijvoorbeeld ondergeschikten (die niet tot de bedrijfsleiding behoren) en onderaannemers.
Het bovenstaande geldt mijns inziens ook bij een ongeclausuleerde aansprakelijkheidsbeperking ('wij zijn uitsluitend aansprakelijk voor schade tot een bedrag van EUR x per jaar' zonder de gebruikelijke toevoeging 'behoudens opzet of bewuste roekeloosheid van ons of onze bedrijfsleiding'). Ook in dat geval geldt dat een eventuele uitzondering voor eigen opzet of bewuste roekeloosheid op de hoofdregel ('wij zijn uitsluitend aansprakelijk tot') zo beperkt mogelijk wordt uitgelegd juist omdat partijen door aldus te contracteren beogen de aansprakelijkheid van de leverancier zo veel mogelijk te beperken. Een ongeclausuleerde aansprakelijkheidsbeperking ('wij zijn uitsluitend aansprakelijk voor schade tot een bedrag van EUR x per jaar') moet dus gelezen worden als 'wij zijn uitsluitend aansprakelijk voor schade tot een bedrag van EUR x per jaar, behoudens in geval van opzet of bewuste roekeloosheid van ons of onze bedrijfsleiding'.