Bedrijfswaarde (FM)
Einde inhoudsopgave
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/9.2:9.2 Frankrijk
Bedrijfswaarde (FM nr. 83) 1997/9.2
9.2 Frankrijk
Documentgegevens:
G.Th.K. Meussen, datum 07-10-1997
- Datum
07-10-1997
- Auteur
G.Th.K. Meussen
- JCDI
JCDI:ADS350375:1
- Vakgebied(en)
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Algemeen
Inkomstenbelasting / Winst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
E. Kemmeren, Intangible Assets, opgenomen in de bundel Fiscal versus Commercial Profit Accounting in the Netherlands, France and Germany, redactie Guido de Bont, Peter Essers en Eric Kemmeren, IBFD Publications, 1996, blz. 86. Zie tevens E. Kemmeren, Fiscale aspecten van immateriële vaste activa in Nederland, Frankrijk en Duitsland, TFO nr. 29, februari 1997, blz. 18-19.
Last In First Out.
First In First Out.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ten aanzien van de relatie tussen de commerciële en de fiscale jaarrekening kan worden opgemerkt dat Frankrijk een tussenpositie inneemt in de twee bestaande doctrines. Het is dus niet zo dat aangaande de jaarrekening het belastingrecht volledig los staat van het accountancyrecht. Anderzijds kan ook niet worden gezegd dat de belastingheffing door de commerciële jaarrekening wordt gedomineerd. Weliswaar is in Frankrijk de commerciële jaarrekening in eerste instantie maatgevend maar theorie en praktijk wijzen uit dat het belastingrecht hierop veel uitzonderingen maakt.
Aangezien er een relatie bestaat tussen aan de ene kant afschrijven van activa en aan de andere kant afwaarderen van activa op lagere bedrijfswaarde (in beide gevallen is er sprake van een waardevermindering), zal hierna allereerst het afschrijvingsregime in Frankrijk worden behandeld.
De vennootschapsbelasting in Frankrijk (Imp& sur les sociétés) kenmerkt zich door een uitgebreid stelsel van afschrijvingen. Anders dan in Nederland mogen aankoopkosten van vaste activa opgenomen worden in de afschrijvingsbasis of in één keer ten laste van het resultaat worden gebracht. De ondernemer is daarbij vrij in zijn keuze. Afschrijving op materiële activa (met uitzondering van grond) die door gebruik in waarde verminderen, is toegestaan mits er geen sprake is van voorraden. Op immateriële activa die niet daadwerkelijk in waarde verminderen (zoals goodwill en merkrechten) kan echter niet worden afgeschreven. Wel kan hiervoor onder bepaalde omstandigheden een voorziening worden gevormd zodat hierdoor in het fiscale resultaat toch een last in aanmerking kan worden genomen. Zelfgekweekte goodwill komt niet in aanmerking voor afschrijving. Toch schept de wet ruimte voor afschrijvingen op bepaalde immateriële activa zoals patenten, software en aandelen in specifieke ondernemingen. Ook mogen oprichtingskosten van een lichaam ineens ten laste van het resultaat worden gebracht, ofwel in vijf jaar worden afgeschreven.
Het stelsel van afschrijvingen en voorzieningen in Frankrijk wijkt in sterke mate af van hetgeen in Nederland gebruikelijk is:
Afschrijving op materiële activa en sommige immateriële activa is verplicht, zelfs in verliesjaren waarbij het daaruit ontstane verlies onbeperkt voorwaarts verrekenbaar is. De meest gebruikelijke afschrijvingsmethode is de lineaire. Reden hiervoor is zeker dat deze zonder beperkingen kan worden toegepast.
De jaarlijkse afschrijving ontstaat door het verschil tussen de historische kostprijs en de restwaarde te delen door het aantal 'gebruiksjaren' binnen de onderneming. Daarbij wordt hetgeen in zakelijke /commerciële kringen gebruikelijk is als maatstaf genomen. Indien er sprake is van een marge van 20% met betrekking tot het voornoemde afschrijvingsniveau (gebaseerd op hetgeen gebruikelijk is of door specifieke omstandigheden wordt gerechtvaardigd) mogen ondernemers in Frankrijk kiezen voor variabele afschrijvingspercentages, gebaseerd op verschillende schattingen aangaande de gebruiksduur.
Afschrijven over de boekwaarde van een activum is slechts op beperkte schaal mogelijk en kan bijvoorbeeld niet worden toegepast op activa met een levensduur van minder dan 3 jaar. Ook gebruikte activa (tenzij gerenoveerd), auto's, bepaalde telecommunicatiemiddelen, manuele of eenvoudige elektronische typemachines en gebouwen (niet zijnde hotels alsmede 'lichte' industriële gebouwen) wier gebruiksduur een periode van 15 jaar niet overstijgen komen niet in aanmerking voor deze afschrijvingsmethode.
Vervroegde afschrijving tot 50% is mogelijk bij aandelen in bepaalde geaccordeerde innovatieve financieringsmaatschappijen en film-financieringsmaatschappijen. Tot 100% mag fiscaal vervroegd worden afgeschreven bij bepaalde milieu-investeringen, een situatie vergelijkbaar met Nederland zij het dat daar sprake is van zogenaamde 'willekeurige' afschrijving.
Kemmeren1 is van mening dat in Frankrijk in exceptionele gevallen een afwaardering van een activum op lagere bedrijfswaarde mogelijk is. Hij schrijft: 'An
exceptional decrease in value can cause an additional depreciation.' Hij beroept
zich daarbij op een arrest van de Conseil d'Etat van 23 oktober 1931, nr. 18 339. Naar het zich laat aanzien is hier evenwel veeleer sprake van een vorm van
extra-afschrijving zoals wij die ook in Nederland kennen dan een bedrijfswaardebenadering die de overnemingswaarde van de onderneming tot uitgangspunt neemt.
De historische kosten worden in de Franse belastingwetgeving als basis voor afschrijving genomen en niet de vervangingswaarde. Bij de investeringstoelagemethode mag evenwel worden afgeschreven over de historische kostprijs verhoogd met 50% van de aankoopsubsidie. Dit laatste in tegenstelling tot Nederland waarbij objectsubsidies steeds de afschrijvingsbasis verminderen.
Tot nu toe is steeds geschreven over de waardering van bedrijfsmiddelen in de Franse belastingwetgeving. De bedrijfswaardeproblematiek komt mogelijk
ook naar voren bij de waardering van voorraden, deze mogen worden gewaardeerd op kostprijs of lagere marktwaarde zijnde de waarde op de inkoopmarkt. In dergelijke gevallen is de LIFO-methode2 niet toegestaan, tenzij de betreffende voorraden ook daadwerkelijk op deze wijze in het bedrijf worden gebruikt. De FIFO-methode3 en de gemiddelde kostenmethode zijn bij de waardering van de voorraden echter wel toegestaan.
Een mogelijke waardering van een activum op lagere bedrijfswaarde kan zich onder omstandigheden ook manifesteren aan de passiefzijde van de balans.
Daarbij is met name van belang het antwoord op de vraag onder welke omstandigheden een voorziening op de balans kan worden opgenomen. Voorzieningen
kunnen in Frankrijk worden opgevoerd om zodoende toekomstige verliezen of aansprakelijkheden te dekken. Ook is het mogelijk om voor afschrijving van bepaalde activa een voorziening te vormen indien:
de onvoorziene gebeurtenis waarvoor de voorziening wordt getroffen op zichzelf voor de vennootschapsbelasting aftrekbaar is;
de uitgave of aansprakelijkheid exact gedefinieerd is, zeer waarschijnlijk (niet slechts potentieel) aanwezig is en gerelateerd is aan gebeurtenissen die gaande zijn op het moment waarop de voorziening wordt opgevoerd.
Met betrekking tot voorzieningen kan worden opgemerkt dat in zijn algemeenheid aan zes voorwaarden moet zijn voldaan:
de voorziening moet opgezet zijn voor een specifiek doel en een specifiek(e) item, verlies of uitgave betreffen;
het verlies of de uitgave moet tevens aftrekbaar zijn bij de afwezigheid van een voorziening;
het verlies of de uitgave moet 'waarschijnlijk' zijn;
het verlies of de uitgave moet gerelateerd zijn aan lopende gebeurtenissen
de voorziening moet zijn opgenomen in de boekhouding van de onderneming;
de voorziening moet vermeld worden op een aparte bijlage (te voegen bij het aangiftebiljet).
Voor het verkrijgen van inzicht in de passiefzijde van de balans is het noodzakelijk om de eerdergenoemde voorzieningen exacter te omschrijven. De Franse vennootschapsbelasting maakt onderscheid tussen algemene en specifieke voorzieningen.
Algemene, van de belasting aftrekbare voorzieningen betreffen:
dubieuze vorderingen
afschrijving van beleggingen (securities)
buitengewone afschrijving van vaste activa, inclusief normaal niet-afschrijfbare items (zoals bijvoorbeeld goodwill)
afschrijving van voorraden bepaalde belastingen
toegezegde beloningen (bonussen) aan werknemers
substantiële uitgaven die op meerdere jaren betrekking hebben
vakantiegelduitkeringen.
Specifieke in de wet genoemde voorzieningen en reserves betreffen:
buitenlandse investeringen
marktfluctuaties aangaande grondstoffen
kredietrisico's
de uitputting/het leeghalen van olie-, gas- en mineraalvoorraden
uitgeverijen
oninbare vorderingen
lange-termijn `capital gains'.
Conclusie
De Franse inkomsten- en vennootschapsbelastingwetgeving kent een uitgebreid stelsel van afschrijvingen en voorzieningen. Een met het Nederlandse begrip 'bedrijfswaarde' overeenkomende mogelijkheid van fiscale verliesneming op vaste activa ontbreekt. Wel bestaat er in Frankrijk de mogelijkheid om een voorziening te creëren in de vorm van een extra-afschrijving. Dit is echter slechts mogelijk onder bijzondere omstandigheden, bijvoorbeeld indien als gevolg van veranderde omstandigheden een kortere gebruiksduur (en dus ook een kortere afschrijvingsperiode) van het betreffende activum optreedt.