RvdW 2025/738:Beklag, beslag ex art. 94 Sv op meerdere geldbedragen en mobiele telefoons onder klager, waarna OM de strafzaak tegen klager seponeert en Rb beklag gegrond verklaart en teruggave aan klager van 1 geldbedrag gelast. Schriftelijke afdoening van klaagschrift zonder openbare behandeling gelet op ontbreken van noodzaak tot horen van partijen op zitting, art. 23 lid 2 Sv. Kon Rb een beschikking geven zonder klaagschrift in openbare raadkamer te behandelen? HR: Om redenen vermeld in CAG slagen middelen. CAG: Uit brief van Rb aan HR blijkt dat klaagschrift schriftelijk is afgehandeld, omdat Rb in veronderstelling verkeerde dat inbeslaggenomen voorwerpen waarop klaagschrift betrekking had (afgezien van 1 geldbedrag) al aan klager waren teruggegeven en dat partijen het met elkaar eens waren, zodat er geen noodzaak was tot het nader horen van partijen op zitting. Uit dossier is niet gebleken dat raadsman of klager heeft ingestemd met schriftelijke afdoening. Uit voornoemde brief van Rb volgt dat achteraf is gebleken dat OM de Rb onjuist heeft geïnformeerd. Enkele inbeslaggenomen geldbedragen waren (toch) nog niet teruggegeven aan klager en telefoons zijn in de tussentijd naar aanleiding van rechtshulpverzoek overgedragen aan Israëlische autoriteiten. Steller van middel heeft onderbouwd welk nadeel de klager a.g.v. verzuim van Rb heeft ondervonden. Daartoe heeft hij aangevoerd dat klager niet heeft kunnen aangeven dat goederen nog niet waren teruggegeven, dat er geen last tot teruggave is gegeven voor telefoons en overige geldbedragen (terwijl klaagschrift wel strekte tot teruggave van deze goederen) en dat telefoons in de tussentijd zijn overgedragen aan Israëlische autoriteiten. Nu belang van klager bij cassatie is onderbouwd, moet verzuim van Rb in dit geval tot cassatie leiden. Volgt vernietiging en terugwijzing.