Einde inhoudsopgave
Financiering en vermogensonttrekking door aandeelhouders (VDHI nr. 120) 2014/3.8.1
3.8.1 Brightline rules vs. open standards
mr. J. Barneveld, datum 18-09-2013
- Datum
18-09-2013
- Auteur
mr. J. Barneveld
- JCDI
JCDI:ADS406906:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Schlag heeft in 1985 in de UCLA Law Review helder de voor- en nadelen van regulering door bright line rules en open standards uiteengezet (Schlag 1985).
Zie daarover par. 16.9.
Terwijl uit de ontstaansgeschiedenis van het financiële steunverbod blijkt dat achter de introductie daarvan de bedoeling schuilging om overnames onmogelijk te maken, waarbij de financiering ten laste van het doelwit werd gebracht. Zie par. 16.9.4.
Schlag 1985, p. 384-385.
Schlag 1985, p. 385.
Zie Assink 2007, p. 19 e.v. en de vele verwijzingen aldaar. Zie ook Kroeze 2012.
Aldus ook Timmerman 2003, p. 38-42.
Assink 2007, p. 19 e.v. en Kroeze 2006.
De financieringsvrijheid van aandeelhouders kan op verschillende wijzen aan banden worden gelegd. In de Amerikaanse rechtseconomische literatuur wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen normering door ex ante bright line rules en door ex post standards.1 Ex ante bright line rules zijn heldere, absolute regels die van tevoren duidelijk maken wat wel en wat niet geoorloofd is, vaak neergelegd in een wettelijke regeling. Het systeem van kapitaalbescherming, zoals voorgeschreven door de Tweede Richtlijn, is daarvan een voorbeeld.2 Het minimumkapitaal geeft exact aan hoeveel de aandeelhouders moeten storten op hun aandelen en op basis van de jaarrekening wordt precies voorgeschreven hoeveel vermogen in aanmerking komt voor uitkering aan aandeelhouders. Een voordeel van bright line rules is dat voor betrokkenen helder is wat van hen wordt verwacht en daarmee aan welke risico’s zij bloot staan. Daar staat tegenover dat specifiek geformuleerde regels eenvoudig ontweken kunnen worden door alternatieve constructies, en dat partijen de grens van het toelaatbare kunnen opzoeken. Zo heeft bijvoorbeeld het verbod op financiële steunverlening niet kunnen voorkomen dat aandeelhouders de financiering van overnames ten laste van de doelwitvennootschap brachten.3 Omdat de grens tussen geoorloofd en ongeoorloofd handelen absoluut is geformuleerd, bestaat voor de (financierings)praktijk een prikkel om tot ingewikkelde constructies te komen ter vermijding van de formele regels.
Schlag heeft dienaangaande overwogen:
“By specifying a sharp line between forbidden and permissible conduct, rules permit and encourage activity up to the boundary of permissible conduct. The application of the same deterrent force to forbidden conduct regardless of how close or far it may be from permissible conduct, fails to distinguish between flagrant and technical violations. By predesignating and quantifying the magnitude of the penalty to be applied, rules allow Holmes’ proverbial bad man to treat the deterrent as a fixed cost of doing business.”4
Een tweede nadeel van bright line rules is dat zij uitgaan van een one size fits allgedachte. Absoluut geformuleerde, specifieke en gedetailleerde regels laten zich doorgaans moeilijk afstemmen op de grote verscheidenheid van gevallen die zich in de werkelijkheid kunnen aandienen. Hierdoor bestaat het risico dat de regels zowel een te ruim bereik hebben (c.q. overinclusive zijn), als een te beperkt bereik hebben (c.q. underinclusivezijn): zij staan soms in de weg aan wenselijk gedrag en voorkomen tegelijk niet alle vormen van het ongewenste gedrag.
Anders dan bij bright line rules, biedt normering door ex post standards meer flexibiliteit. Open geformuleerde normen die achteraf door een rechter moeten worden ingevuld, bieden meer mogelijkheden om recht te doen aan de omstandigheden van het concrete geval. Daarnaast doet zich bij open normen in een veel mindere mate het probleem voor dat zij een te ruim of te beperkt bereik hebben; het gedrag wordt achteraf door de rechter beoordeeld tegen het licht van de ratio van de open norm. Ontwijking van de regel door technische constructies is daardoor moeilijker. Daar staat tegenover dat open normen minder (rechts)zekerheid bieden. Te veel onduidelijkheid over wat wel en niet geoorloofd is, kan een negatief effect hebben op de investeringsbereidheid van ondernemers.
Schlag merkt hierover op:
“Because standards do not draw a sharp line between permissible and impermissible conduct, some risk-averse people will be chilled from engaging in desirable or permissible activities, and some risk-preferring people will be encouraged to engage in antisocial conduct. Because the boundary between permissible and impermissible conduct is not preset, decision makers in borderline cases are likely to reach erratic results, produce confusion about what is or is not permissible.”5
Daarnaast bestaat bij normering door open geformuleerde ex post standards het risico op hindsight bias.6 Naarmate meer gebruik wordt gemaakt van open normen wordt de rol van de rechter groter.7 Uit sociaalwetenschappelijk onderzoek blijkt dat bij de beoordeling van handelen achteraf de natuurlijke neiging bestaat de voorzienbaarheid van nadelige gevolgen te overdrijven.8 Hoewel het handelen moet worden beoordeeld op basis van de ‘wetenschap van toen’, blijkt het moeilijk om ‘de kennis van nu’ daarin niet te verdisconteren. Open normen vereisen daarom meer vertrouwen in de kwaliteit van de rechtspraak.