Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker
Einde inhoudsopgave
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/6.4:6.4 Een algemene maatstaf voor het bedrijfsbegrip ontbreekt
Aansprakelijkheid van de bedrijfsmatige gebruiker (R&P nr. CA18) 2018/6.4
6.4 Een algemene maatstaf voor het bedrijfsbegrip ontbreekt
Documentgegevens:
mr. A. Kolder, datum 16-03-2018
- Datum
16-03-2018
- Auteur
mr. A. Kolder
- JCDI
JCDI:ADS305215:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Kenmerkend aan de wetsgeschiedenis en de tot nog toe verschenen literatuur en rechtspraak over het bedrijfsbegrip van art. 6:181 is dat daarin telkens de in onze maatschappij veelvoorkomende ‘organisaties’ concreet c.q. met naam worden genoemd, om daaromtrent vervolgens aan te geven of art. 6:181 daarop al dan niet van toepassing is of zou moeten zijn. Op deze wijze zijn diverse deelnemers aan het maatschappelijk verkeer de revue gepasseerd, te weten het bedrijf in traditionele zin, het beroep met bedrijfsmatige trekken, het vrije beroep, het overheidsbedrijf, de klassieke overheid, ziekenhuizen en klinieken, onderwijsinstellingen, alsmede stichtingen en verenigingen. Een algemene, overkoepelende maatstaf aan de hand waarvan telkens in het voorkomende geval kan worden getoetst of wel of niet is voldaan aan het bedrijfsbegrip van art. 6:181 ontbreekt echter. Wel valt gezien de wetsgeschiedenis, doctrine en jurisprudentie in algemene zin te zeggen dat het bedrijfsbegrip van art. 6:181 meer omvat dan enkel het bedrijf ‘in traditionele zin’, en derhalve ruim wordt uitgelegd. Onduidelijk is echter waar het ruime bereik van het bedrijfsbegrip van art. 6:181 zijn grens vindt. Wanneer is bijvoorbeeld sprake van een beroep met (voldoende) bedrijfsmatige trekken? Hoe vindt de afbakening plaats tussen het overheidsbedrijf en de klassieke overheid? En zijn deze – lastige – vragen op het terrein van art. 6:181 eigenlijk wel relevant: behoren het vrije beroep en de klassieke overheid niet ‘gewoon’ ook onder het bereik van art. 6:181 te vallen? Hoe zit het in relatie tot art. 6:181 met de diverse organisaties en instellingen die niet (goed) zijn te vangen in de termen bedrijf, beroep en overheid? In het navolgende wordt getracht een praktisch hanteerbare, algemene maatstaf te geven aan de hand waarvan telkens beoordeeld kan worden of al dan niet sprake is van het in art. 6:181 bedoelde ‘bedrijfsmatige’ karakter.