Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/6.1
6.1 Inleiding
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197735:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Het wetsvoorstel is in juli 2019 bij de Tweede Kamer ingediend (Kamerstukken II 2018/19, 35 248, nr. 1-3). Omwille van de leesbaarheid wordt in dit onderzoek over de WHOA geschreven alsof deze reeds in werking is getreden.
MvT WHOA, p. 4. De minister heeft in zijn Voortgangsbrief programma Herijking Faillissementsrecht van 27 augustus 2019 (Kamerstukken II 2018/19, 33 695, nr. 18, p. 3) aangekondigd een afzonderlijk wetsvoorstel op te stellen voor de implementatie van de Richtlijn en daarmee de regeling van het surseanceakkoord in overeenstemming te brengen met de Richtlijn.
Nederland heeft op dit moment nog geen preventieve herstructureringsprocedure waarbij ook aandeelhouders zijn betrokken. Dit verandert met de komst van de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA).1 De Nederlandse wetgever beoogt met de WHOA aan te sluiten bij de richtlijn betreffende herstructurering en insolventie.2
De kracht van de WHOA is dat een akkoord zowel schuldeisers als aandeelhouders kan binden teneinde de schulden van de vennootschap te herstructureren. De reeds langere tijd bestaande surseance(akkoord)regeling ziet daarentegen enkel op concurrente schuldeisers en eindigt vaak alsnog in het faillissement van de vennootschap. En buiten de surseance en de WHOA om mag een rechter – onder de noemer van noodzaakfinanciering – slechts in uitzonderlijke situaties ingrijpen in de rechten van aandeelhouders en hen dwingen mee te werken aan een preventieve herstructurering.
Allereerst zet ik in dit hoofdstuk de figuur van noodzaakfinanciering uiteen (par. 6.2). Vervolgens komen het onderhands schuldeisersakkoord (par. 6.3) en de surseance(akkoord)regeling (par. 6.4) kort aan bod. Ik behandel deze akkoorden, hoewel er (momenteel) geen aandeelhouders bij betrokken zijn, om een volledig beeld te geven waarom behoefte bestaat aan een preventief herstructureringsakkoord dat zowel aandeelhouders als (alle) schuldeisers kan binden. Ten slotte onderzoek ik uitvoerig de WHOA (par. 6.5). De beschrijving van de procedure richt zich op die aspecten die noodzakelijk zijn om de positie van aandeelhouders te kunnen duiden. Waar relevant voor de positie van aandeelhouders, betoog ik welke onderdelen uit de Engelse en Duitse preventieve herstructureringsprocedures inspiratie bieden voor het Nederlandse recht. In dit hoofdstuk wordt eenzelfde paragraafindeling als de voorgaande hoofdstukken gehanteerd.