Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/6.4
6.4 Surseance van betaling
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197767:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Art. 214 lid 1 Fw jo. art. 252 Fw jo. art. 273 Fw jo. art. 232 Fw. Een surseance zonder een akkoord is niets meer dan uitstel van betaling van de vorderingen van concurrente schuldeisers en een schorsing van executies tot verhaal van hun vorderingen, zie art. 230 Fw jo. art. 232 Fw jo. art. 233 Fw. Wel kan om een afkoelingsperiode worden verzocht die ook geldt voor andere schuldeisers (behalve boedelschuldeisers), zie art. 241a e.v. Fw.
Zie bijv. Van Gangelen & Gispen 2012, p. 324-326 en Wessels 2014, par. 8181. Zie ook Toelichting op het INSOLAD ontwerp voor een nieuwe surseanceregeling, nr. 12. Diverse voorstellen tot aanpassing van de surseance zijn in het verleden gedaan, waaronder aldus een voorstel van INSOLAD. Zie de Toelichting op het INSOLAD ontwerp voor een nieuwe surseanceregeling, nr. 16 voor een overzicht van eerdere rapporten en voorstellen voor surseanceprocedures. Overige kritiekpunten over de surseanceprocedure laat ik hier buiten beschouwing, zie bijv. Wessels 2014, par. 8013.
Zie MvT WHOA, p. 3. Vriesendorp, Hermans & De Vries 2013 spreken bijv. over achttien surseanceakkoorden in 2012.
Zie hierna par. 6.5.2.4.
Surseance van betaling is evenals de WHOA een preventieve herstructureringsprocedure. Een vennootschap die voorziet dat zij met het betalen van haar (toekomstige) opeisbare schulden niet zal kunnen voortgaan, kan verzoeken om opening van de procedure en kan een akkoord aanbieden aan haar concurrente schuldeisers om een herstructurering van schulden te bewerkstelligen.1 De WHOA bevat een in grote mate vergelijkbaar insolventiecriterium.2 Beide procedures zien op dezelfde mate van financiële nood waarin de vennootschap zich bevindt. De invulling van de procedures is echter anders en dat geldt ook voor de rol van de aandeelhouder binnen de procedures. De WHOA is een akkoordprocedure (met de mogelijkheid van een afkoelingsperiode), waarbij zowel aandeelhouders als alle soorten schuldeisers kunnen worden gebonden aan een akkoord. Mede doordat de surseance(akkoord)regeling niet ziet op preferente schuldeisers en zekerheidsgerechtigden mist zij haar doelstelling.3 Ook aandeelhouders kunnen niet worden gebonden aan een surseanceakkoord. Een surseanceakkoordregeling is met andere woorden ineffectief en wordt daardoor niet vaak gebruikt.4
Hoewel de aandeelhouder geen deel uitmaakt van een surseance(akkoord)regeling bespreek ik toch kort de regeling op hoofdlijnen. Naast het feit dat het doel en de financiële situatie van de regeling in beginsel dezelfde is als bij de WHOA, komen sommige onderdelen van het surseanceakkoord voor in de WHOA (zie par. 6.5). Bovendien kondigde de minister voor Rechtsbescherming in 2019 aan een afzonderlijk wetsvoorstel op te stellen voor de (strikte) implementatie van de Richtlijn en daarmee de regeling van het surseanceakkoord in overeenstemming te brengen met de Richtlijn.5 Voordat ik inga op de surseanceakkoordregeling beschrijf ik eerst kort de hoofdlijnen van de surseanceprocedure waarbinnen een akkoord mag worden aangeboden.
Het bestuur van de vennootschap mag de rechter verzoeken om surseance van betaling te verlenen.6 Schuldeisers kunnen niet om een surseance verzoeken, maar mogen wel (gelijktijdig) verzoeken om het faillissement van de vennootschap. Wanneer zowel om faillietverklaring als een surseance is verzocht, gaat de behandeling van de surseance voor.7 De surseance zal echter niet effectief zijn wanneer de vennootschap is opgehouden met het betalen van haar schulden omdat zij dan ook de schulden waar de surseance niet op ziet, niet kan voldoen.8 Wanneer de vennootschap verzoekt om een surseance zal de rechtbank deze dadelijk voorlopig verlenen.9 De rechtbank kan de surseance definitief verlenen nadat de schuldeisers hierover hebben gestemd10 en geen gegronde vrees bestaat dat de vennootschap de schuldeisers zal trachten te benadelen dan wel de vennootschap na verloop van tijd haar schulden niet zal kunnen voldoen.11 De surseance geldt voor maximaal een periode van anderhalf jaar, met de mogelijkheid tot verlenging van wederom anderhalf jaar. De vennootschap staat gedurende de (voorlopige en definitieve) surseance onder ‘toezicht’ van een bewindvoerder. Het bestuur van de vennootschap blijft gewoon beheers- en beschikkingsbevoegd, zij het dat waar het gaat om daden van beheer of beschikking ten aanzien van de boedel, de medewerking van de bewindvoerder is vereist.12 De WHOA is daarentegen een debtor in possession procedure: de vennootschap, vertegenwoordigd door het bestuur, blijft volledig beheers- en beschikkingsbevoegd.13 Wel kan een observator worden aangesteld die toezicht houdt op het bestuur.14
6.4.1 Surseanceakkoord