Einde inhoudsopgave
De positie van aandeelhouders bij preventieve herstructureringen (VDHI nr. 163) 2020/6.5
6.5 Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA)
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, datum 02-02-2020
- Datum
02-02-2020
- Auteur
mr. S.C.E.F. Moulen Janssen
- JCDI
JCDI:ADS197839:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Voetnoten
Voetnoten
Kamerstukken II 2012/13, 29 911, nr. 74. Zie Tollenaar 2016, p. 6-7 voor een overzicht van oude wetgevingsinitiatieven over pre-insolventieakkoorden. De aandeelhouder ontbreekt in al deze initiatieven.
Te raadplegen via: https://www.internetconsultatie.nl/wco2/details. Hierna: eerste consultatieversie WHOA.
Te raadplegen via: https://www.internetconsultatie.nl/wethomologatie. Hierna: tweede consultatieversie WHOA.
Kamerstukken II 2018/19, 35 248, nr. 1-3. Zoals reeds vermeld, spreek ik ten behoeve van de leesbaarheid hierna over de WHOA als ware het reeds wet.
MvT WHOA, p. 4.
Uit het voorgaande blijkt dat schuldeisers en aandeelhouders slechts onder bijzondere omstandigheden verplicht kunnen worden mee te werken aan een preventieve herstructurering. De surseanceakkoordregeling is bovendien ineffectief. De minister van Veiligheid en Justitie kondigde in 2012, in het kader van het programma Herijking Faillissementsrecht, aan het reorganiserend vermogen van ondernemingen te willen verbeteren.1 De economische crisis en daarmee gepaard gaande het historisch hoog aantal faillissementen vormden de directe aanleiding. Onnodige faillissementen moeten worden voorkomen en de totstandkoming van een akkoord buiten faillissement moet worden vergemakkelijkt.
Dit resulteerde twee jaar later in de consultatieversie Wet continuïteit ondernemingen II (WCO II).2 In 2017 is een nieuwe consultatieversie gepubliceerd en is de naam gewijzigd in ‘Wet homologatie onderhands akkoord’ (WHOA).3 Uiteindelijk is in het najaar van 2018 een wederom aangepast wetsvoorstel aan de Raad van State gestuurd. De Raad van State heeft vervolgens op 27 maart en 6 juni 2019 advies uitgebracht. Op 5 juli 2019 is het wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend.4 De WHOA zal onderdeel worden van de Faillissementswet (art. 369-387 Fw). De aanpassingen die zijn doorgevoerd in de latere versies van het wetsvoorstel komen mede door de vrijwel gelijktijdige ontwikkelingen op Europees niveau. Dit kwam in paragraaf 3.2 aan bod. De Nederlandse wetgever beoogt met de WHOA aan te sluiten bij de richtlijn betreffende herstructurering en insolventie.5
De WHOA faciliteert een dwangakkoord tussen een vennootschap en haar schuldeisers en aandeelhouders betreffende de herstructurering van schulden wanneer redelijkerwijs aannemelijk is dat de vennootschap met het betalen van haar schulden niet zal kunnen voortgaan. De Nederlandse wetgever heeft inspiratie gehaald uit de reeds langere tijd bestaande Engelse scheme (par. 4.3) en de Amerikaanse Chapter 11-procedure. Allereerst vindt in deze paragraaf een chronologische uiteenzetting van de akkoordprocedure op hoofdlijnen plaats waarbij de nadruk ligt op de positie van aandeelhouders binnen de procedure. Tot slot ga ik dieper in op de aandeelhouder en zijn rechten onder het regime van de WHOA. Waar relevant voor de positie van aandeelhouders, geef ik aan op welke onderdelen de WHOA afwijkt van de Engelse en Duitse preventieve herstructureringsprocedures en op welke onderdelen de buitenlandse procedures inspiratie bieden voor de WHOA. Tevens geef ik waar relevant aan op welke manier de WHOA aansluit bij de Richtlijn.
6.5.1 Doel en inhoud6.5.2 Aanvang van de procedure6.5.3 Stemklassen6.5.4 Stemming over het akkoord6.5.5 Homologatie van het akkoord6.5.6 Beroep op algemene en aanvullende afwijzingsgronden6.5.7 Algemene afwijzingsgronden6.5.8 Aanvullende afwijzingsgronden bij tegenstemmende klasse(n)6.5.9 Gevolgen van een gehomologeerd akkoord6.5.10 Rechtsmiddelen6.5.11 Aandeelhoudersrechten6.5.12 Conclusie