Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort
Einde inhoudsopgave
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/8.8.1:8.8.1 Inleiding
Administratieplicht en aansprakelijkheid voor het boedeltekort (O&R nr. 115) 2019/8.8.1
8.8.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. C.M. Harmsen , datum 01-07-2019
- Datum
01-07-2019
- Auteur
mr. drs. C.M. Harmsen
- JCDI
JCDI:ADS180157:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In het geval een curator het bestuur van de gefailleerde vennootschap aansprakelijk wil stellen op grond van artikel 2:138 lid 2/2:248 lid 2 BW wegens schending van de administratieplicht, rusten de stelplicht en bewijslast ter zake op de curator.1 Wanneer de aansprakelijk gestelde bestuurder zich verweert met de stelling dat sprake is van een onbelangrijk verzuim, zal hij moeten stellen en bewijzen dat voor het niet-voldoen aan de administratieplicht een aanvaardbare verklaring bestaat of dat sprake is van een niet-materieel verzuim.2 Indien hij hierin slaagt, is aansprakelijkheid op grond van artikel 2:138 lid 2/2:248 lid 2 BW wegens schending van de administratieplicht afgewend.
Wanneer de curator wel slaagt in de op hem rustende stelplicht en bewijslast ter zake van de schending van de administratieplicht, staat kennelijk onbehoorlijk bestuur vast en wordt vermoed dat dit een belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement.