Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/9.5.3.2
9.5.3.2 Kort historisch perspectief
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS578696:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Anema & Verdam 1953, p. 491.
Cicero, De legibus, 121.
Anema & Verdam noemen ook nog als voorbeelden de schriftdeskundige (comparatores), de vroedvrouwen (obstetrices), de tuinlieden (Hortuani), de schatters (aestimatores) en andere deskundigen (summarii). Zie Just. Nov. 30.1; 64.1. Tevens wijzen zij naar merkwaardige voorbeelden van deskundigenonderzoek door artsen in het recht der papyri. Zie de vermelde literatuur bij Asser/Anema & Verdam 1953, p. 492.
Zie ook Nijboer 1997, p. 260. 'Reeds in de Middeleeuwen waren er - naar wordt beweerd specialisten in hekserij, die in staat werden geacht valse van ware heksen te onderscheiden, waarbij de zaak in de regel beter afliep voor een valse dan voor een ware heks', aldus Nijboer.
Nijboer 1999, p. 18. Nijboer wijst op het feit dat het duel in zowel Europa als Noord-Amerika tot in de 19e eeuw bleef voorkomen als middel tot de oplossing van rechtsgeschillen met ontkennende personen.
Bartlett 1988.
Nijboer 1999, p. 18.
Nijboer 1999, p. 18.
Nijboer 1999, p. 16-25.
In het Romeinse recht bestond geen regeling voor het deskundigenbericht. Dit betekent echter niet dat het Romeinse recht geen deskundigen kende. Een duidelijke scheiding tussen een bericht van deskundigen en een beslissing van arbiters bestond in het Romeinse recht niet.1 Anema & Verdam gebruiken in dit verband het voorbeeld van de functie van agrimensor. Volgens de Wet der Twaalf Tafelen moest over onbelangrijke grensgeschillen de beslissing van arbiters worden ingeroepen.2 Als arbiters fungeerde (waarschijnlijk) dezelfde personen die in belangrijke geschillen slechts opmetingen verrichten onder toezicht van de rechter en geen zelfstandig advies uitbrachten.3
Het oud-Franse recht ging meer richting een zelfstandige regeling van het deskundigenbericht die uiteindelijk werd opgenomen in de Code procédure civil en met enige wijzigingen werd overgenomen in ons Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Zie hiervoor Anema & Verdam en de daar vermelde literatuur.
Het gebruik maken van niet-juridische deskundigen in het feitenonderzoek is reeds een bekend fenomeen in de Middeleeuwen, waarbij deskundigen in hekserij veelgevraagd waren en waarbij de deskundigen in hekserij 'verklaringen aflegde over hetgeen hun 'wetenschap' hen leerde met betrekking tot hetgeen aan hun oordeel was onderworpen'.4 Irrationele beslismethoden zoals water- en vuurproeven en ook het tweegevecht waren beproefde middelen om rechtsgeschillen met niet bekennende personen te beslissen.5 De kerk schafte in 1215 de ordalen af maar dit betekende nog lange tijd niet de definitieve afschaffing in de praktijk.6
De Renaissance brengt licht in de voorafgaande donkere periode en rationele beslismethoden nemen de plaats in van de irrationele beslismethoden.7 Het rationeel redeneren kreeg de overhand, boven de empirie. De natuurwetenschappen nemen echter in de loop der tijd een steeds prominentere plaats in waardoor de waarneming en de empirie steeds belangrijker worden.8 Nijboer laat daarbij (met een accent op het strafrecht) terecht zien dat er tijdens deze ontwikkeling een overgang plaatsvindt van een positief-wettelijk stelsel (formeel bewijs) naar een stelsel van vrij bewijs waarbij in beginsel alle soorten bewijs toelaatbaar zijn en het aan de rechter is om het bewijs te waarderen.9